B3:      Aanwijzen van categorieën van gevallen waarvoor geen verklaring

           van geen bedenkingen voor een omgevingsvergunning is vereist.

 

 

In de samenvatting staat het als volgt opgeschreven:

"Het college is bevoegd m.b.t. het verlenen van een omgevingsvergunning. Een verklaring van geen bedenkingen van de raad is echter, in geval van strijd met het bestemmingsplan, vereist. Als de raad voor verlenen van dergelijke omgevingsvergunningen, categorieën aanwijst waar geen verklaring van geen bedenkingen nodig is, is verdere efficiency in de procedure mogelijk. Het college kan dan een omgevingsvergunning verlenen en er is geen afzonderlijke raadsbesluit meer vereist. Dit levert tijdwinst op."

Op efficiency en tijdwinst kun je bijna niet tegen zijn. Toch zijn we als BGE wel tegen dit voorstel. BGE is van mening dat de raad de bevoegdheid moet houden om in te grijpen. Want het kan nog altijd zo zijn dat als het college een vergunning wil verlenen die in strijd is met het bestemmingsplan, en de meerderheid van de raad goede redenen ziet en heeft om het hier niet mee eens te zijn.

 

Die mogelijkheid wordt de raad nu voor bepaalde categorieën ontnomen. Alleen op die manier komt de rol van volksvertegenwoordiging door de raad het beste tot zijn recht.

BGE is van mening dat het college de Wabo wet  gewoon moet gaan uitvoeren en na een jaar met een evaluatie naar de raad moet toekomen. 

 

Als er dan aanleiding voor is kan men alsnog met een lijst met eventuele categorieën komen.