BGE wilde een vlaggenmast plaatsen 2 meter voor het partijkantoor.
Die moest natuurlijk wel gezien kunnen worden en dus werd een 9 meter hoge aangeschaft.
Voor de plaatsing daarvan moet een vergunning worden aangevraagd in Emmen.
Het is nl. een bouwwerk, geen gebouw zijnde.

De eerste ambtenaar was kort, duidelijk en eerlijk: "niet aanvragen want grote kans dat het jullie wordt geweigerd"...."niemand vraagt zoiets aan, vrijwel alle masten staan in Emmen zonder vergunning en er wordt nooit op gehandhaafd".

Hij werkt inmiddels niet meer in Emmen.
De leverancier van de mast: "nooit geweten dat daar een vergunning voor nodig was"..."plaatsen dat ding en nergens over lullen".

Achteraf blijkt dat goede raad, maar als politieke partij volg je toch maar de koninklijke weg.
Dus vergunning aangevraagd en vervolgens is het oorverdovend stil.

Nagevraagd: en wat blijkt, er dienen nog de nodige tekeningen te worden ingeleverd in veelvoud!
Een ambtenaar komt ter plaatse zelfs foto's nemen.
Daarna weer een lange stilte en mails over en weer die oplopend geïrriteerd van stijl worden.
"Zorgvuldigheid moet immers worden betracht en BGE wil toch geen voorkeursbehandeling?"

Eindelijk komt dan het verlossende besluit namens het College.
Een vlaggenmast van 9 meter is niet toegestaan en een vrijstelling is in dit geval niet mogelijk.
Een commerciële vlag zou het Drentse landschap ter plaatse (Braam 9 Emmercompascuum) teveel geweld aandoen.
Een antennemast mag 12 meter hoog zijn, en lichtmasten dito, maar een commerciële vlaggenmast slechts 6 meter.

Een commerciële vlag? Is een partijvlag geen maatschappelijke vlag dan?
Er wordt een jurist op gezet en een bezwaar volgt.
Intussen wordt op zijn advies de mast ondanks de bouwtechnische bezwaren aan de gevel van het kantoor bevestigd.

Volgens het bestemmingsplan mag dat tot een hoogte van anderhalve meter boven de maximaal toegestane hoogte van het bedrijfsgebouw (het BGE-kantoor).
De toegestane hoogte van de vlag mag dus 8 plus anderhalve meter = 9,5 meter zijn.
Of het Drentse landschap ter plaatse geweld wordt aangedaan doet er dan niet meer toe, het mag gewoon.

Een vergunning is ook niet nodig want de mast is onderdeel van- en ten dienste aan het gebouw.
De commissie voor de bezwaarschriften buigt zich over de weigering van de vrijstelling.
Standaard wordt bij bezwaar immers door het College advies gevraagd aan deze commissie.
Zij vindt de weigering formeel terecht maar de motivering van het College zwak.

"Dat moet beter" roept ze in navolging van schaatscoach Gemser.
Het bezwaar van BGE is daarom gegrond vindt ze.
Het College mag het, zoals zo vaak, van de commissie nog eens proberen met een betere motivering.

Eigenlijk moet het College aantonen dat een vlag van 9 meter vlak vóór het kantoor bezwaarlijker voor het Drentse landschap is dan een vlag áán de gevel van 9,5 meter hoog.
Het College wordt voor een vrijwel onmogelijke opgave gesteld, door de bepalingen in een bestemmingsplan dat ze zelf pas een jaar daarvoor nog heeft laten maken.

Je zou medelijden krijgen met de behandelend ambtenaar die zichzelf zo in de nesten werkte.
Terwijl hij makkelijk op grond van de bovenstaande harde gegevens het College had kunnen adviseren om vrijstelling te geven.

Maar dan zijn we toch weer iets te voorbarig met ons medelijden.
De ambtenaar verzint alsnog een list.

Het advies, dat het College bij de door haar zelf geïnstalleerde commissie vroeg, is onjuist volgens de ambtenaar. Een nadere motivering is volgens hem niet nodig, de commissie heeft het niet goed gezien. Het advies gaat in de prullenbak.

En het College neemt vervolgens weer hetzelfde besluit als voor het advies.
Dat houdt in dat ze vindt dat een hoge vlag áán een gebouw het Drentse landschap niet aantast, maar een lagere vlag daarvóór wel.

Stelt u zich daarbij voor dat een vlag naar zijn aard en afhankelijk van de windrichting om de mast draait en zich dus in beide gevallen op exact dezelfde positie kan bevinden.
Zijn ze toch wel weer voorspelbaar die ambtenaren van ruimtelijke ordening.
Het instrument van vrijstelling zo enigszins mogelijk gebruiken als strafmaatregel tegen de kritische burgers.
En als haarlemmerolie voor diegenen die tot het kliekje worden gerekend.

Het gaat er niet om wat er wordt gevraagd maar om wie het vraagt.

En dat levert dan regelmatig van dit soort kromme motiveringen op. Van ambtenaren die jaren op de avondschool hebben zitten dromen van deze machtsspelletjes. En die meer weten van modderschuiten dan van vlaggen.

En als u dacht dat ik nu zou aankondigen dat het bieltje in die ambtenarij moet:
Mis, ik heb geen zin om 17 jaar tegen me geëist te horen, omdat ik de democratie in gevaar heb gebracht.

Maar de hoogmoed van dit soort ambtenaren en bestuurders komt ook zonder mij wel ten val.

vriendelijke gegroet,

De redactie