ImageAan het College van B & W te Emmen
Postbus 30001
7800 RA Emmen


Burgerbelangen Gemeente Emmen

Braam 9  7881 NA Emmer-Compascuum

Emmer-Compascuum, 1 februari 2009

BGE vragen ex artikel 38 Reglement van orde der Gemeenteraad Emmen

Geacht College,

Na vele verloren procedures bij de Raad van State en na een alarmerend rapport Koeman die tekort aan juridische kennis en slagvaardigheid aan de ambtelijke staf verweet heeft u College ons een voorstel voor een "Jongveehandel Wilhelmsoord" met aanbevelingen voorgelegd.

Dit postzegelplan op Wilhelmsweg 26 A was volgens u broodnodig door de sterke groei van de veehandelstak van maatschap Wilting.
Tevens was het planologisch volgens u zeer ongewenst om de jongveehandel die er op grond van het overgangsrecht  op Wilhelmsweg 30 was, naar achteren uit te breiden.
De gehele jongveehandel zou de ruimte moeten krijgen op Wilhelmsweg 26 A op een geheel nieuwe ingerichte bouwkavel inclusief plattelandsvilla met de bestemming "Jongveehandel".
Wilhelmsweg 26A werd, zo gaf u uitdrukkelijk aan, geen tweede bedrijfswoning.
Wilhelmsweg 26A en Wilhelmsweg 30 zou absoluut als 1 inrichting voor de milieuwetgeving moeten worden beschouwd.
Als onderbouwing ging u uitdrukkelijk uit van een door derden bestreden bedrijfsprognose van de aanvrager zonder eigen onderzoek.

BGE zag het plan altijd als een bedenkelijke constructie met verborgen motieven en stemde tegen het voorstel tezamen met Groen Links.

Uw juristen hebben dit project met al zijn details altijd door dik en dun verdedigd.

Wij hebben de ontwikkelingen sindsdien op de voet gevolgd en hebben met stijgende verbazing over zoveel brutaliteit, geconstateerd:

1. Dat er nimmer jongveehandel heeft plaatsgevonden in de stal op Wilhelmsweg 26 A.
2. Dat er zelfs nooit vee is gehouden op de stal op Wilhelmsweg 26A.
3. Dat er gezien de constructie en voorzieningen (o.a.milieu) niet eens vee kan worden gehouden
    in de stal (is ingericht voor privé-gebruik).
4. Dat de veehandelaar van de maatschap zelfs nooit heeft gewoond op Wilhelmsweg 26A, die
    woont nu op Wilhelmsweg 30.
5. Dat op Wilhelmsweg 30 de stalling voor handelsjongvee aanzienlijk wordt uitgebreid.
6. Dat de milieuvoorzieningen ten behoeve van de veehandel en volgens de milieuvergunning
    nooit zijn gerealiseerd.

In aanmerking genomen dat:

a. Volgens de uitspraken van de Raad van State no: ABRvS 200304214/1, 28 januari 2004,
    Emmen en ABRvS 200408462/1, 23 maart 2005, Emmen (inmiddels bepalende jurisprudentie)
    kortgezegd een jongveehandel nimmer valt onder het begrip "agrarische activiteiten" noch
    planologisch noch milieuhygiënisch.


b. Daar uit volgt dat veehandel op de locatie Wilhelmsweg 30 nog steeds onder het planologisch
    overgangsrecht valt (bestemming is nog agrarisch en niet jongveehandel) en dus daar niet mag
    worden uitgebreid.

c. Al of niet grondgebondenheid en of weiden op eigen grond daar niets aan toe of af doet uit de
    jurisprudentie is af te leiden.

d. Uit de jurisprudentie ook is af te leiden dat dit type jongveehandel al niet onder de Amvb
    Landbouw (voorheen akkerbouw of veeteelt) valt en dat deze locatie op grond van
    afstandscriteria stal tot gevel buurman niet onder een Amvb kan vallen.
Zie artikel 1 sub 1 letter s 1 en 2 en letter t (definitie melkrundvee).
Zie artikel 4 sub 2 letter a in combinatie met art 4 sub 3 (toepassing).
Zie artikel 3 sub 1 letter g (aantallen).

e. Jongvee volgens die definitie geen melkrundvee is omdat het niet gemolken wordt.

f.  De jongveehandel dus een milieuvergunning moet hebben en pas kan bouwen en gebruiken
     nadat er een milieuvergunning is verleend.

g. Het College inmiddels weer diverse vergunningen zonder motivering ten behoeve van de
     veestalling voor handelsvee op Wilhelmsweg 30 heeft verleend aan de maatschap.
    Waaronder een vergunning voor uitbreiding naar achteren op de kavel Wilhelmsweg 30.

h. Er thans meer vee kan worden gehouden op Wilhelmsweg 30 dan planologisch
    (en milieuhygiënisch) is toegestaan.

BGE heeft hier in eerste instantie de volgende vragen over:

A. Kan het College bovenstaande bevestigen en zo nee, kunt u beredeneren waar onze
     opmerkingen en of observaties fout zijn of moeten zijn?

B. Is er in de visie van het College nog steeds sprake van een groeiende veehandel en zo ja, zie
     ook D en zo nee, zie ook E?

C. Kan het College motiveren waarom ze zich er wel of niet bij neer legt dat er geen veehandel of
     veehouderij op Wilhelsweg 26A is en zal zijn?

D. Kan het College motiveren waarom ze zich er wel of niet bij neer legt dat er een groeiende
     veehandelsactiviteit op Wilhelmsweg 30 is en zal zijn?

E. Kan het College uitleggen waarom ze zo veel energie heeft gestoken in het bestemmingsplan
    "Jongveehandel Wilhelmsoord" met zo weinig resultaat?

F. Ziet het College redenen om te handhaven, gaat ze dat doen, wanneer en hoe en zo nee,
    waarom niet.

G. Zijn er door Provincie en of Vrom nog op of aanmerkingen gemaakt ten aanzien van dit
    project en de laatste vergunningen, zo ja welke?

H. Heeft het College Infomil of hun site (waar genoemde jurisprudenties staan) nog
    geconsulteerd vóór vergunningverlening, wat was de uitkomst en zo nee waarom niet?

I.  Is er in de inrichting een milieuvergunning geldig (geweest) en zo ja welke en voor welke tijd
    en is de inrichting in overeenstemming daarmee en altijd geweest en zo nee wat is er wel en
    hoe verklaart u dat?

J.  Wat vindt u thans van het destijds overlegde bedrijfsplan, was dat realistisch en is er sprake
     van halen, overschrijden of achterblijven van de omvang van de veehandel uit die prognose?

K.  Vindt het College dat zij zelf en de ambtelijke staf in deze reeks van procedures
       professioneel, deskundig en zonder vooroordeel heeft gehandeld en waarom denkt u dat en
       zo niet waarom vindt u dat?


L.  Vindt het College dat er sinds het rapport Koemans grote stappen voorwaarts zijn gedaan en
       waaruit blijkt dat en zo nee, waaruit blijkt dat?

M. Zou u met de wetenschap van nu nog zo enthousiast hebben meegewerkt aan dit
     bestemmingsplan en zo ja waarom en zo nee waarom niet?
     Met name wat heeft uw visie m.b.t. het naar achteren uitbreiden op de kavel Wilhelmsweg 30
     zo veranderd?


Wij wijzen u er op dat u de vragen dient te beantwoorden zoveel mogelijk naar de situatie zoals die was bij de ontvangst van de vragen, eventuele veranderingen tijdens de beantwoording kunt u dan aan het eind van de beantwoording apart aangeven.
We willen alle vragen los van de andere beantwoord hebben, dus zonder verwijzingen naar een vorig antwoord.
Hangende de beantwoording verzoeken wij u terstond te handhaven en o.a. door middel van het nemen van een besluit op dit verzoek.


De fractie van BGE

W. W. W. Halm