ImageVoorzitter,

In het voorliggende Raadsvoorstel staat de volgende passage:

“Vrijwel nergens in Nederland is het beleid op dit punt zo strak meer-- als in Emmen. Dit plaatst bijvoorbeeld de bouwmarkten in een uitzonderlijke positie, ten opzichte van identieke winkels in buurgemeenten.”

Wij vinden dat Emmen op dit gebied een nadeelgemeente is, want Emmen stelt voor de perifere detailhandel (=winkelverkoop aan particulieren buiten de centra) strengere regels op dan haar buurgemeenten.

BGE is voorstander van deregulering en ook willen wij geen regelgeving meer die niet te handhaven is.

Daarover zo dadelijk meer.

Er zijn argumenten te bedenken ter bescherming van winkeliers in het centrum en ter voorkoming van leegloop uit het centrum.

Maar een huidige trend die duidelijk waarneembaar is, is dat veel consumenten prijsvergelijkend winkelen en dan met name via internet.

Als eerste wordt er advies ingewonnen bij de verschillende speciaalzaken.

Daarna gaat de consument op zoek via internet naar de goedkoopste aanbieder.

Dit heet marktwerking, een woord dat voor de kredietcrisis nog geen nare bijsmaak had en een principe die ook nu nog geldt en waar we dus ook in Emmen bij stil moeten staan.

Mensen zullen steeds meer branchevreemde producten bij  bouwmarkten en ander soortige bedrijven kopen of wij dit in Emmen nu wel of niet gewenst vinden en of wij hier in Emmen nu wel of niet blij mee zijn.

Internet is hier al een goed voorbeeld van geweest.

In onze ogen is dit ook een veel grotere bedreiging voor de winkeliers in Emmen en omstreken.

In de commissie werd door de PvdA fractie bezorgheid geuit over eventuele leegloop van Emmen centrum.

BGE is hier niet bang voor en daarom pleiten wij ook om geen regels op te stellen  voor branchevreemde producten in de perifere detailhandel.


Voorzitter beperking lokale overheden

Waar gemeenten aangeven landelijke bevoegdheden over te nemen, is dit onderwerp een mooi voorbeeld dat als er iets geregeld moet worden om nadelige gevolgen tegen te gaan, dat dit dan volgens BGE door de landelijke overheid zou moeten gebeuren en niet door de afzonderlijke gemeenten.

Dat is lokaal een kansloze missie in de ogen van BGE omdat het niet te handhaven is.

Voorzitter, handhaving

Wil een overheid een betrouwbare overheid zijn richting burgers en ondernemers dan betekent dit dat regels ook gehandhaafd moeten worden.

Als de regels wel voor de één gelden en niet voor de andere, of als de één zich wel netjes aan de regels houdt en de andere niet omdat dit mogelijk is door het ontbreken van handhaving, dan ontstaat er oneerlijke concurrentie.
 
Het opstellen van regels, en deze regels ook handhaven hoort volgens BGE hand in hand te gaan.

De verantwoordelijk wethouder gaf echter aan, hier anders over te denken en dat nadenken of de vastgestelde regels ook gehandhaafd kunnen worden een vraag van latere orde is.

BGE heeft er echter nu al over nagedacht.

Maar wij hebben toch nog enkele vragen aan de wethouder.

Hoe controleer je een maximum van 10% van de
branchevreemde nevenomzet?

1. Gaan we dit per maand of per kwartaal doen?

2. Gaan ambtenaren eisen aan de administratie van
    ondernemers stellen?

3. Moeten er accountantsverklaringen komen?

4. Gaan ambtenaren boekenonderzoek bij de ondernemers doen?

5. Mogen er zich alleen ondernemers vestigen die inzicht willen geven in hun boekhouding?

6. En wat gebeurt er als er in een maand, kwartaal  toch te veel is verkocht?

Dan hebben we het nog maar niet over de andere voorwaarden:  zoals 150 m2 maximaal van de winkeloppervlakte.

Dit is helemaal een onmogelijke opgave om te handhaven.

Een overheid met gezond verstand zou zich in de ogen van BGE dan ook niet met dergelijke vragen moeten willen bezighouden.

Tot slot voorzitter

Het nu voorliggende voorstel is misschien een gedeeltelijk tegemoetkoming aan de ondernemers op perifere locaties zoals de Nijbracht en de winkeliers in het centrum.
  
Wie niet op voorhand aangeeft, hoe je kunt en wilt handhaven, maakt van de overheid een onbetrouwbare overheid, omdat zij verwachtingen wekt die zij zeer waarschijnlijk niet kan waarmaken.

Wie regels bedenkt die bij handhaving tot een enorm controleapparaat van de overheid moet leiden, beseft nog te weinig dat overheidsuitgaven en overheidsinvesteringen ook zinnig moeten zijn, willen zij een positieve bijdrage leveren aan de samenleving en de economie.

Anders wordt het bezigheidstherapie voor ambtenaren.

Wij beseffen dat er in het politieke landschap aanhangers zijn van een grote overheid en aanhangers van een kleine overheid.

BGE is een aanhanger van een kleine overheid die zich bezighoudt met zinnige zaken.

Voorzitter, BGE heeft een afweging gemaakt van dit voorstel.

Het is een verruiming van regelgeving.

Deze verruiming kan bij ons op meer waardering rekenen dan de huidige regelgeving maar het gaat voor BGE nog niet ver genoeg.

BGE is van mening dat afschaffing van deze regelgeving en nog betere verruiming is.

Om daad bij het woord te voegen zal BGE een amendement indienen.