Bouke Arends likt zijn wonden. Zijn WMO-motie werd op vernederende wijze raadsbreed verworpen. Die van Ton Schoo werd raadsbreed aangenomen, zelfs door de PvdA.
Bouke kon dagenlang geen woord uitbrengen, maar nu staat zijn, als altijd vlijmscherpe, analyse van de gebeurtenissen op zijn site. 

En. hoe kon het ook anders, de uitkomst is: iedereen is fout en/of deugt niet behalve Bouke. De VVD, tot voor kort nog coalitie partner van de PvdA is het vleesgeworden kwaad, maar DOP, BGE en GL zijn nog veel erger. De CU en het CDA sympatiseerden wel met Bouke maar bleken onbetrouwbaar.

Ton Schoo vertoont in het debat volgens Bouke calimerogedrag, maar Bouke zelf toont zich weer de grote ziener en leider (of...lijder?).

Nou, ik kan in Ton Schoo met de beste wil van de wereld geen kleine calimero ontdekken. Integendeel, DOP is de enige fractie waar ondanks de verkiezingsuitslagen een gezonde en gestadige groei is te bespeuren.

De motie van Ton Schoo was WMO-inhoudelijk en werd terecht daarom ook zonder omhaal door BGE gesteund. De motie van Bouke ging vooral over vage aandrang en aansporing aan de werkgevers om toch vooral de arbeidsvoorwaarden te respecteren.

En daar zat hem nou net de kneep. De gemeenteraad gaat namelijk niet over de arbeidsvoorwaarden van derden. Dat is het werk van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Die polderen dat wel voor elkaar en als ze er niet uitkomen en de raad nodig hebben dan laten ze dat maar horen. Dan is het nog vroeg genoeg voor moties.

De raad gaat ten eerste over de controle op de uitvoering van de WMO. Ton Schoo bekeek dat, zoals BGE, vanuit gemeentelijk standpunt. Bouke ging echter op de loop met zijn landelijke ambities en afspraken en wilde de rest daar even in meeslepen.

Goede sier maken bij de vakbond misschien, daar heeft hij namelijk niet zoveel vrienden meer. Een PvdA politikus met landelijke ambities moet die vakbonden echter wel te vriend hebben. In ieder geval brak hem de actie lelijk bij de handen af deze keer.

Op zijn site geeft hij ons vervolgens een kijkje in zijn geschonden zieltje: "...Zij (de tegenstemmers) zijn groot (in aantal) en ik (de indiener) ben maar klein (van begrip) en dat is niet eerlijk...". Wie vertoont hier nou calimerogedrag?

Landelijke ambities botvieren in de gemeentelijke politiek? Natuurlijk: zonder uitstel het bieltje der in.

Als altijd, uwredactie

 
Ton Grote Calimero