geendetailhandelAan het College van B & W te Emmen

Emmer-Compascuum, 27 december 2007. Vervolgvragen Pottendijk.
Vragen op grond van artikel 38 reglement van orde der gemeenteraad. Geacht College, 

Burgerbelangen Gemeente Emmen stelde 11 oktober reeds vragen over het onderwerp Pottendijk met als doel controle uit te oefenen op o.a. het uitvoeren en beschermen door het College van door de Gemeenteraad, Provincie en het Rijk vastgesteld (ruimtelijk) beleid en ruimtelijke waarden.

Dat werd ingegeven door onbegrip van de zijde van BGE, over het handelen door de jaren heen van het College, (en ambtelijke staf) in dit specifieke geval.


Inmiddels zijn de mondelinge vragen van 19 september, gevolgd door schriftelijke vragen van 11 oktober, na meer dan 60 dagen (studie en onderzoek...?) door het College "beantwoord".


Het zal het College gezien het hoge ”kluitje in het rietgehalte" van de antwoorden, vermoedelijk niet verbazen dat die bij iedereen nog meer vragen hebben opgeroepen en ernstige twijfel bij BGE hebben veroorzaakt over het feit of het College de door BGE serieus bedoelde vragen wel serieus heeft willen behandelen. 


Hieronder volgen de nieuwe vragen:  


1. 
 
a. Welke onderzoeken heeft het College uitgevoerd ter plaatse, teneinde de vragen van 11 oktober te kunnen       beantwoorden?
 
b. Welke ambtenaren (functies) waren daarbij betrokken?
 
c. Wanneer vond dit plaats?
 
d. Wie van de ondernemers heeft welke informatie verschaft?
 
e. Hoe is die eventueel verschafte informatie door het College gecontroleerd?

2.  Wat zal voor het College een aanleiding zijn om de Raad te informeren (zie 11 oktober vraag 1b)?

3.

a. Moet uw antwoord op vraag 3a van 11 oktober zo gelezen worden, dat er wel wordt gewoond (door b.v. de beheerder) maar dat dat niet permanent is?

b. Zo nee, wat bedoelt u dan?
  
c. Zo ja, is dat dan in de visie van het College legaal wonen?
      M.a.w. mag er in de visie van het College een gedeelte van de opstallen zijn ingericht voor bewoning en mag daar dan iemand regelmatig overnachten (wonen) b.v. ter bewaking  van de winkelvoorraad o.i.d zolang hij/zij maar elders (desnoods voor de vorm) is ingeschreven?

d. Wat heeft u/hebben uw ambtenaren ter plaatse geconstateerd m.b.t. inrichting, wonen en woonruimte?

e. En geldt uw visie (3 c) over dit "wonen" in het algemeen in de hele gemeente?

f.  Zo nee, waar wel en waar niet? 
Gaarne ook 3 b,c en d van 11 oktober alsnog beantwoorden! 

4. 

a. Gelden: het feitelijk aanwezig zijn van een winkelvoorraad en winkelinrichting ter plaatse; websites van bij de Kamer van Koophandel ingeschreven bedrijven die daarnaar verwijzen en die privé-personen oproepen op vastgestelde tijden daar te komen kopen; andere openbare gegevens waaronder advertenties en algemene bekendheid met deze feiten etc. voor het College als signalen en/of aanwijzingen dat er van detailhandel sprake is?

b. Zo ja, hoe is het dan mogelijk dat het College de hiervoor genoemde, openbare en bij iedereen en dus bij BGE bekende signalen en/of aanwijzingen gemist heeft? Al deze gegevens zijn o.a. te zien op http://www.pottendijk.nl/ en http://www.rmkartracing.nl/

c. Is aan de ondernemers/beheerder(s) gevraagd of er detailhandel plaatsvond en zo ja, wat antwoordden zij daarop?

d. Wilt u dezelfde vragen beantwoorden ten aanzien van de horeca-activiteiten ter plaatse ( zie genoemde websites)?

Dus 4 a,b,c en d van 11 oktober zoals voor detailhandel, maar nu m.b.t. horeca.

Gaarne alsnog vragen 4 b,c en d van 11 oktober m.b.t. detailhandel beantwoorden!

5.  

a. Moet uw antwoord op vraag 5 van 11 oktober zo worden gelezen, dat er vrijwel steeds eerst gebouwd wordt en vervolgens slechts in een deel van de gevallen en dan nog op verzoek van het College vergunningen worden aangevraagd, die vervolgens conform het gebouwde (of aangevraagde?) zijn verleend?

b. Zo ja, is er dan nog wel sprake van enige regie van het College op de ruimtelijke ontwikkelingen ter plaatse en waaruit bestaat die dan?

c. Acht het College alleen haar vriendelijke verzoeken om alsnog vergunning aan te vragen (dit slechts gedeeltelijk worden opgevolgd) in lijn met haar algemene handhavingsbeleid?

d. Zijn er thans nog gebouwen/bouwwerken ter plaatse aanwezig waarvoor geen vergunning is verleend noch aangevraagd?

e. Zo ja, welke?

f.  Zijn al deze gebouwen waar nodig volgens de voorschriften voorzien van rioolaansluiting of toegestane alternatieven daarvoor?

g. Zo ja welke situatie is van toepassing?

h. Zo nee wat gaat u daaraan doen? 

Gaarne alsnog vraag 5 d  van 11 oktober in verband met het bovenstaande beantwoorden!

6.  

a. Moeten wij uw antwoord op vraag 6 van 11 oktober zo lezen dat de verdere ontwikkelingen van het gebied alleen worden belemmerd door een geluidsplafond en verdeling van de geluidsruimte?

b. Zo ja, kunnen hier wallen of schermen e.d. of vrijstellingen nog uitkomst bieden?

c. Zo nee, is een geluidsportcentrum gepland op een plaats waar geen substantieel geluid mag worden geproduceerd dan wel een verstandige keuze geweest?
  

d. Is er van zo'n planning sprake geweest, of zijn de activiteiten gaandeweg gelegaliseerd?

7.  
Gezien de kwaliteit van de beantwoording van de vragen van 11 oktober in relatie tot de tijd die   daarvoor bewust door het College (de ambtelijke staf) is genomen heeft BGE behoefte om daarvoor   een nadere verklaring te zoeken.
  
Dit leidt weer tot de volgende vragen:

a. Kan het College met de hand op haar hart verklaren dat er geen sprake is van wat   voor belangenverwevenheid dan ook, tussen ambtenaren en/of ex ambtenaren en/of het College en ondernemers met betrekking tot de Pottendijk?

b. Zo nee, waarom niet?

c. Zo ja, hoe verklaart het College dan het gebrek aan kwaliteit en tempo bij de beantwoording?

d. Is de ambtelijke staf door of namens het College voldoende doordrongen van het belang van het snel en accuraat beantwoorden van vragen van de bestuurders van deze gemeente c.q. de raadsleden?

e. Zo ja waaruit blijkt dat? (bijvoorbeeld aanwijzingen, notities, aanmoedigingen, extra budgettering etc.) 

Burgerbelangen Gemeente Emmen verwacht van u dat deze vragen en de vragen in de toekomst nu eens snel en volledig worden beantwoord.
Onder snel verstaat BGE dan binnen 10 werkdagen.
Volledigheid van beantwoording houdt in de visie van BGE in dat in overeenstemming met het doel van de vragen zo helder, transparant en eerlijk mogelijk het handelen en nalaten van het College/de ambtelijke staf (tegen het licht van de aan u gestelde beleidskaders) wordt blootgelegd opdat we allemaal van uw fouten kunnen leren.
  
Burgerbelangen Gemeente Emmen W.W.W.Halm