ImageBGE is altijd zeer sceptisch geweest omtrent de prognoses en begrotingen met betrekking tot het betaalde voetbal in Emmen.

BGE heeft dan ook tegen steun in deze vorm en onder deze voorwaarden gestemd.

Dit heeft vaak tot hoon jegens BGE geleid.

Nu heeft ook de huidige directie van FC Emmen schriftelijk toegegeven dat de begrootte inkomsten in het verleden te opportunistisch waren.

Waarvan acte.

Voor liggen cijfers van de FC Emmen BV met een verklaring van de accountant dat die een feitelijk verlies te zien geven van ruim 400.000,-- Euro als de incidentele en niet begrote inkomsten en uitgaven worden gecorrigeerd.

Omdat er over dit jaar geen directiekosten waren en omdat die er volgend seizoen wel zullen zijn is dat ook 100.000,-- Euro voordeel dat niet tot uitdrukking komt in de cijfers.

Verder zijn de stadionkosten uit het verleden van 482.000,-- Euro verlaagd tot maximaal 300.000,-- Euro ten koste van de Stadion BV.

Dit in aanmerking genomen is er structureel feitelijk niets veranderd.

De FC draait nog steeds met eenzelfde structureel verlies en de kosten gaan nog steeds ruim over de begroting (zie personeelskosten b.v.) en de inkomsten blijven achter bij de begroting.

Verder lapt de FC directie blijkens de correspondentie met de ambtelijke staf de gemaakte afspraken aan haar voetbalschoenen.

Zonder consequenties zoals het lijkt.

Terecht wil de accountant de cijfers met betrekking tot de Trots van Drenthe niet goedkeuren of van een positieve verklaring voorzien.

Zij laat die cijfers voor rekening van degene die ze heeft verstrekt.

UNO heeft 15 april 2004 betoogd (voor wat het waard was) dat de  begrotingen realistisch waren en dat het boekjaar 2005/2006 quitte kon worden gedraaid (zonder incidentele meevallers).

Zo niet, adviseerde Uno, dan moet er verder gesaneerd worden.

Uit de cijfers en de begrotingen blijkt daar niets van.

De FC Emmen BV gaat op de oude voet verder en verplaatst de problemen vooruit in de tijd (door opgevoerde vorderingen) en op het bord van de Stadion BV door een structureel te lage huur.

Een onroerend goed van 6.000.000,-- Euro (het stadion) moet met een yield van 10% (en dat is laag voor oncourant onroerend goed) toch zeker 6.00.000,-- Euro jaarlijks opbrengen anders kan geen vervangingsreserve worden opgebouwd.

In dit geval wordt dit ook niet gedaan, er wordt zelfs geen reserve opgebouwd voor groot onderhoud en men is zelfs niet meer liquide.

Als er geïnvesteerd moet worden moet daarvoor dus weer opnieuw worden geleend.

Overigens heeft BGE geen accountantsrapport van de Stadion BV gezien bij de stukken.

Concluderend stelt BGE, aan de hand van de stukken, dat er geen enkele vooruitgang is geboekt met betrekking tot de structurele verliesgevendheid van het betaalde voetbal.

Sterker nog, BGE vindt dat we achteruit zijn gegaan door de mistige opbouw van rechtspersonen en hun verbindingen.

Rechtspersonen die zich blijkbaar niet aan de afspraken wensen te houden.

BGE begrijpt wel dat de Wethouder deze miserabele cijfers lang verborgen heeft willen houden voor de raad maar heeft daar geen enkel begrip voor.

De Wethouder heeft eerst de pers ingelicht en die heeft hem na papegaaien  dat het allemaal heel positief zou zijn en het is dan voor raadsleden als die van BGE moeilijk om dat weer tot de realiteit terug te praten.

Wij hebben hiermee een poging gedaan.

Wij willen de wethouder op het hart drukken de raad in het vervolg beter en tijdiger te informeren en de controle op de genoemde rechtspersonen te verstevigen.

Immers nog deze raadsperiode zult u de raadsleden waarschijnlijk weer moeten vragen om substantiële financiële steun voor in ieder geval de Stadion BV.

Wij willen voorts dat ook op de meerdijk de scheiding  der machten  wordt doorgevoerd en dat er een einde komt aan de periode dat een commissaris toezicht op zichzelf zit uit te oefenen in een ander hoedanigheid.

Kortom het raadsbesluit  van 2004 dient volledig uitgevoerd te worden.

BGE  8 februari 2007 raadscommissie Bestuur & Middelen.