Emmen 30-09-2006

Aan Gerard de Kleine
Van: Ron Vos

Betreft: gesubsidieerde arbeid

Beste Gerard,

Naar aanleiding van ons telefonische contact deze week bij deze de beloofde notitie op hoofdlijnen (wat is er nou vanaf 2002 tot heden op hoofdlijnen gebeurd).  Wij (BGE) zullen zelf een onderzoek gaan uitvoeren naar de handel en wandel in de gemeente Emmen als het gaat om de ontwikkelingen inzake de gesubsidieerde arbeid.

Als het gaat om het onderwerp waar jij je op gestort hebt nog het volgende.
Over de gesubsidieerde arbeid bij de zorggroepen Suydeveldt en Tangenborgh staat in de jaarrekening 2004 de volgende zinsnede opgenomen. ‘In 2003 is reeds een aantal convenanten met werkgevers gesloten over o.a. het witten van ID banen. In 2004 is hiermee een vervolg gemaakt. Met name het arrangement dat met de zorggroepen Suydeveldt en Tangenborgh is afgesloten, heeft tot een opvallend goed resultaat geleid’.

Het is schrijnend om te zien op welke wijze er door de overheid is omgegaan met mensen waarvoor voor een groot deel geldt dat ze aangewezen zijn en waarschijnlijk ook blijven op een gesubsidieerde baan. Nadat deze mensen vanuit veelal een langdurige periode van inactiviteit (bijstand) perspectief geboden kregen,  krijgen veel van deze mensen nu weer een enkele reis aangeboden richting uitkering. Hoezo ‘werk boven inkomen’.  Hoezo ‘participatie’ in relatie tot de nieuwe ‘participatiewet WMO’.

Ik hoop dat je er wat aan hebt.

Voor nu,

Met vriendelijke groet, Ron

Bijlage:

- ‘Van Werk boven Inkomen naar Het Rondpompen van Mensen en Middelen’.

Van ‘Werk boven Inkomen’ naar
‘Het Rondpompen van Mensen en Middelen’
Inleiding:

Onder paars 1 verscheen onder verantwoordelijkheid van Ad Melkert de nota ‘De andere kant van Nederland’. Voor het eerst erkende een Nederlands kabinet dat er sprake is van armoede in Nederland. Eén van de onderdelen van de beleidsinzet die volgde n.a.v. de beleidsnota was de introductie van gesubsidieerde arbeid.
Dus naast de WSW onderstond er een tweede vorm van gesubsidieerde arbeid. In de volksmond werden deze banen ‘Melkertbanen’ genoemd. In eerste aanleg was het de bedoeling dat deze banen tijdelijke banen zouden zijn van waaruit doorgestroomd zou moeten worden naar reguliere arbeid. Vandaar ook de naam ID baan, ID staat voor in- en doorstroom. Doel; via werk uit de armoede.

Omdat doorstroom in veel gevallen problematisch bleek te zijn verschoof de beleidsinzet deels naar het regulier maken van de ID banen. Een groot deel van de werknemers met een ID-baan kregen een dienstverband voor onbepaalde tijd aangeboden bij de werkgevers waar ze op dat moment in dienst waren (overheid dan wel overheids gerelateerd).

De gemeenten financierden deze banen vanuit het werkdeel van het Fonds Werk en Inkomen, het ging dus om Rijksgeld. Werkgevers betaalden veelal een inleen vergoeding voor de werknemers die bij hen aan het werk waren.

De komst van het kabinet Balkenende I en de miljarden bezuinigingen die dit kabinet doorvoerde gingen aan de gesubsidieerde arbeid niet voorbij.
Het kabinet kondigde aan op de ID en WIW regeling resp. 250 miljoen en 177 miljoen euro te bezuinigen. Een deel (120 miljoen) van deze bezuiniging betrof overigens niet gerealiseerde uitgaven. (of anders gezegd, geld dat er wel was voor het scheppen van gesubsidieerde banen maar dan niet is gebruikt voor het scheppen van ID – WIW banen!!). Gelet op de weerstand die hiertegen ontstond werden er tussen kabinet, sociale partners en VNG afspraken gemaakt. In de Kabinetsverklaring Balkenende I d.d. 28-11-2002 gaf het kabinet aan dat er sprake zou zijn van een:

‘Tijdelijke impuls teneinde de doorstroom van werknemers in gesubsidieerde arbeid te bevorderen. Werkgevers die voor 31-12-2003 een ID baan omzetten in een reguliere arbeidsplaats met een lage CAO loonschaal ontvangen een vergoeding. Doel is om 10.000 ID banen in 2003 regulier te maken’. 
Dat dit allemaal niet van een leien dakje ging mag blijken uit het onderstaande persbericht van SZHW in juni 2005:

‘Werkgevers hebben 7200 gesubsidieerde banen met subsidie omgezet in een gewone baan. Staatssecretaris Van Hoof betreurt dat het verwachte aantal van 10.000 niet is gehaald. Er was 170 miljoen euro beschikbaar om 10.000 ID-banen om te zetten in gewone banen, dus 17.000 euro per baan. Naast die 170 miljoen was er door verschillende ministeries extra geld beschikbaar gesteld voor het omzetten van ID banen in bepaalde sectoren (w.o. het onderwijs)’.

De gemeente Emmen:

Eind 2002 stelde de raad van Emmen het beleidskader ‘Werk, inkomen en zorg 2003 – 2006’ vast. Een aantal citaten uit dit beleidskader:

‘Om mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt , ondanks de verslechterende situatie op de arbeidsmarkt, een perspectief te kunnen blijven bieden, is het van belang dat de gemeente inzet op handhaving van het huidige aantal ID-banen en Wiw-banen’.

‘Momenteel kent de gemeente de volgende gesubsidieerde banen:

Wiw werkervaringsplaatsen circa 25;
Wiw detacheringsplaatsen circa 375;
Wiw contracten voor onbepaalde tijd circa 40;
ID-banen circa 375, volgend jaar maximaal 427

Begroot voor 2003 totaal 16,6 miljoen (directe kosten en apparaatskosten)’.

Gesubsidieerde banen naar sector, opgave maart 2003:

Sector: Banen:
  
St. Buurtsupport: 115
Zorggroep Suydenvelt: 99
Zorggroep Tangenborg: 67
St. Veiligheidszorg: 59
Basisonderwijs (div.scholen): 40
Middelbaar en Hoger onderwijs: 34
Gemeente Emmen: 34
St. Het Goed: 31
Emco Groep: 25
Alcides Emmen B.V.: 25
Diversen verdeeld over 78 werkgvrs: 156
  
Totaal: 685

Voor de gemeente Emmen komen de bezuinigingen van Balkenende I neer op 25 – 35% van het werkdeel van het Fonds Werk en Inkomen.

Invoering van de Wet Werk en Bijstand.

In 2004 wordt bovengenoemde wet van kracht. De wet leidt ertoe dat het college (gesteund door de Raad) besluit om deze banen af te bouwen. In een persbericht dat de gemeente uitgeeft op 28 april van dat jaar wordt de overgangsregeling WIW/ID aangekondigd. De afbouw moet plaats vinden in 2005 en 2006. Inzet is om zoveel mogelijk banen omgezet te krijgen in reguliere banen. Zo wordt bijvoorbeeld o.a. met de stichting Buurtsupport een afspraak gemaakt die er toe leidt dat een deel van de banen bij de stichting ‘regulier worden gemaakt’. Ook met de zorggroepen Suydeveldt en Tangenborgh worden in dat jaar afspraken gemaakt over het regulier maken van op dat moment bestaande ID banen binnen deze zorggroepen.
Op 1 januari 2004 kent Emmen 607 gesubsidieerde banen (ID en WIW).

Volgens een opgave van 21 juni 2005 kent Emmen eind 2004:

- 116 WIW banen;
- 179 ID banen;
- 162 werkervaringsbanen;
- 25 participatiebanen;
- 34 werkstages;
- 148 regulier gemaakte banen (129 ID en 19 WIW)

Volgens de opgave van het college zijn er van de ID banen in 2004 166,5 banen regulier gemaakt. Het gaat dan om banen van minimaal 32 uur per week waarbij gebruik is gemaakt van de éénmalige rijkssubsidie (17.000 euro) voor het ‘witten’ van ID-banen in dienst van de huidige werkgevers.

De kosten naar een reguliere baan bedragen 16.000 euro (Accel) en 14.000 euro (Entree) inclusief loonkostensubsidies.

Volgens een opgave van 8 november 2005 kent Emmen eind september 2005:

- 66 WIW;
- 165 ID;
- 269 Werkervaringsbanen;
- 34 participatiebanen;
- 37 werkstages;
- 2 regulier gemaakte banen.

Onder druk van de bezuinigingen en het daarbij gezochte motto ‘iedere bijstandsgerechtige moet (een keer) in aanmerking kunnen komen voor een gesubsidieerde baan’  werd besloten om de ID en WIW banen om te zetten in werkervaringsbanen nieuwe stijl. De beleidsinzet zoals geformuleerd eind 2002 werd hiermee dus losgelaten.
De bezuinigingen en de systematiek van het Fonds Werk en Inkomen maken dat de gemeente een groot financieel belang heeft bij het omzetten van de ID en WIW banen in werkervaringsbanen. Daarvoor is uitstroom uit de ID en WIW banen een must.

Hoe werk het;

Het Fonds Werk en Inkomen kent feitelijk twee stromen. Een werkdeel waaruit alle vormen van activering (o.a. gesubsidieerde arbeid) betaalt worden en een inkomensdeel. Uit dit inkomensdeel worden de bijstandsuitkeringen betaald alsmede de langdurigheidstoeslagen.

Overschotten in het inkomensdeel mag de gemeente houden. Overschotten in het werkdeel dienen te worden terug betaald aan het Rijk (op een beperkte ‘meeneemregeling’ na).
De loonkosten gemoeid met de oude ID – en WIW banen namen een groot deel van het werkdeel in beslag. Door deze werknemers te laten ‘uitstromen’ kunnen bijstandsgerechtigden die nu een beroep doen op het Inkomensdeel van het Fonds naar een werkervaringsbaan doorschuiven. Via het werkdeel krijgen zij nu een inkomen dat gelijk is aan hun bijstandsuitkering, feitelijk werken ze ‘met behoud van uitkering’. 

Hierbij bedient bedacht te worden dat werknemers met een ID of een WIW baan die een dienstverband voor onbepaalde tijd hebben voor de gemeente duurder zijn dan een werknemer die met behoud van bijstandsuitkering werkt in de zogenaamde werkervaringsbaan.
Voor de WIW  ‘ers geldt dat ze in dienst zijn bij de gemeente en de gemeente detacheert de werknemer bij een reguliere werkgever in de collectieve of marktsector.
Het loon kan in geval van een dienstverband maximaal 120% van het minimumloon bedragen.
De ID’ers worden geplaatst bij werkgevers in de collectieve en non-profitsector. De gemeente betaalt de kosten die voortvloeien uit het dienstverband aan de werkgevers in de vorm van een subsidie. Bij aanvang bedraagt dit loon 100% van het minimumloon, maximaal kan 130% van het minimumloon worden verdiend door de betrokken werknemer. 
Door de duurdere ID’ers en WIW’ers te laten ‘uitstromen’ en vanuit de bijstand deze banen in de vorm van werkervaringsbanen te laten in nemen door mensen met een bijstanduitkering wordt er feitelijk ook inverdiend doordat er in de werkervaringsbaan sprake is van ‘werken met behoud van de bijstandsuitkering’.

De werknemers met een voormalige ID-WIW baan hebben recht op een WW uitkering wanneer ze er niet in slagen om een reguliere baan te bemachtigen. Omdat de WW uitkeringen door het UWV worden verstrekt hoeft de gemeente hen gedurende de termijn dat ze recht hebben op een WW uitkering niet via de bijstand te betalen. Het is dus financieel interessant voor de gemeente om de bestaande ID en WIW af te bouwen. De betrokkenen stromen of door naar regulier werk (wat maar zeer beperkt lukt) of ze hebben recht op een WW uitkering. In beide gevallen zijn ze voor langere of kortere tijd uit de bijstand en de gemeente kan de open gevallen plaatsen laten innemen door mensen met een bijstandsuitkering. Het zal duidelijk zijn dat er op deze wijze een vertekend beeld van de werkelijkheid gaat ontstaan als het gaat om de hardnekkigheid van de werkloosheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt.

Stand van zaken op basis meest recente evaluatie (08-11-2005):

Eind 2005 zouden er volgens verwachting nog zo’n 180 werknemers zijn die niet zijn uitgestroomd uit de WIW en ID regeling. De overgangsregeling wordt met maximaal 2 jaar verlengd, afhankelijk van de aan de betrokken werknemer toegedichte kwalificatie (blijver, doorstromer op termijn, doorstromer).

Conclusies:

Voor een grote groep werknemers geldt dat zij hun dienstverband voor onbepaalde tijd onder druk ingeruild zagen voor een tijdelijke werkervaringsbaan. Leidt deze baan niet tot het uiteindelijke doel, te weten doorstromen naar een reguliere baan, dan rest vervolgens een WW uitkering en daarna wederom de bijstand.

Inmiddels verliezen dus werknemers met een dienstverband voor onbepaalde tijd hun baan in de zorg. Het gaat hier om werknemers die vanuit een ID of WIW baan zijn doorgestroomd. Ook hen rest de WW en daarna wederom de bijstand wanneer ze er niet in slagen om alsnog een reguliere baan te bemachtigen.

Zolang de vraag naar arbeid substantieel kleiner blijft dan het aanbod van arbeid zullen werknemers met de slechtste arbeidsmarktkwalificatie aangewezen blijven op vormen van gesubsidieerde arbeid. Onder deze conditie zal er dus sprake zijn van het ‘rondpompen’ van mensen!
Vanuit de bijstand naar een werkervaringsbaan, vanuit de werkervaringsbaan naar de WW of bijstand en vervolgens weer naar een werkervaringsbaan’.    
Gelet op de gewijzigde wetgeving op het terrein van WAO (nu WIA) WSW en WWB is het dus dringen geblazen op de reïntegratiemarkt.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat de met reïntegratie gemoeide middelen niet opwegen tegen de daar tegen overstaande inkomsten, te weten doorstroom naar regulier werk.

In cijfers:

De lasten van gemoeid met werkdeel FWI gingen in de periode 2002 – 2005 terug van 26 miljoen naar 21 miljoen (- 19%). Het aantal mensen met een bijstanduitkering (per einde van het jaar) liep in diezelfde periode op van 2281 naar 2737 (+ 20%).

(bron – jaarrekeningen gemeente Emmen 2002 - 2005)

Ron Vos BGE 30-09-2006