Donderdag stemde de gehele Emmer gemeenteraad voor een overgangsregeling voor 180 mensen met een voormalige Melkertbaan. Ook BGE stemde voor maar we hadden graag gezien dat de door wethouder Evenhuis geschepte verwachtingen en gedane toezeggingen via de regeling ook handen en voeten zou hebben gekregen.

Wat Evenhuis mondeling beloofde ten aanzien van de werknemers ouder dan 55 jaar doch verzuimde om in de regeling op te nemen wilde BGE middels een wijzigingsvoorstel alsnog waarmaken. Het Dagblad van het Noorden gaat in haar berichtgeving op 3 december helaas klakkeloos voorbij aan de essentie van de BGE kritiek op de wethouder van sociale zaken. Dat we waardering oogstten voor onze inzet is mooi doch daar kopen de betrokkenen dus niets voor.

Wat is er aan de hand.

De essentie van de BGE kritiek is dat PvdA wethouder Evenhuis opnieuw bezig is verwachtingen te wekken en toezeggingen te doen waarvan zeer betwijfeld kan worden of deze wel waar gemaakt gaan worden. Het zal niet de eerste keer zijn dat deze wethouder (die er een meester in is om het half lege glas altijd te verkopen als een half vol glas) grote woorden spreekt die hij later niet waar maakt.

Een paar voorbeelden.

In december 2003 beloofde Evenhuis de minima in Emmen een voorjaarsuitkering. Dit nadat de Raad had besloten om de gebruikelijke eindejaarsuitkering in 2003 niet uit te keren. De voorjaarsuitkering 2004 is er nooit gekomen. Nadat de club van Balkenende de bezuinigingen op de gesubsidieerde arbeid had aangekondigd verkondigde Evenhuis dat in Emmen niemand van de mensen met een subsidie baan aan de kant zou komen te staan. Ook gaande weg de rit werd er voortdurend de verwachting gewekt dat er geen gedwongen ontslagen zouden volgen.

De praktijk is een hele andere.

Het laatste kunstje in het dossier saneren oude Melkert banen flikte Evenhuis met zijn huidige overgangsregeling. In de commissie vergadering betoogde Evenhuis dat het door hem ingediende voorstel betekent dat de 45 werknemers van 55 jaar en ouder een inkomens en werkgarantie krijgen tot 65 jaar.

De kritiek van BGE was en is dat deze belofte middels de regeling in ieder geval niet afgedekt wordt. De door Evenhuis gedane belofte wordt financieel niet onderbouwd. Tijdens de raadsvergadering bleek tijdens het debat met Evenhuis dat het toch net allemaal even anders lag. Indien het allemaal niet lukt zoals Evenhuis zich voorstelt dan zal de Raad opnieuw moeten bezien of en zo ja wat ze nog kan en wil doen. Op zich is daar overigens niets mis mee. Onze kritiek is dat je als wethouder sociale zaken dan niet moet zeggen dat de 55 plussers middels deze overgangsregeling een inkomens- en werkgarantie tot 65 jaar hebben. Want dat is dus gewoon niet waar. En daar zit feitelijk het grootste bezwaar van BGE richting deze wethouder. Doen alsof je het geregeld hebt dan wel alsnog gaat regelen, hierdoor bij betrokkenen verwachtingen wekken doch later de verwachtingen niet kunnen of willen inlossen.