Ome Jan Willem (Horstman) citeerde zaterdag j.l. in Opinie in het Dagblad van het Noorden weer uit eigen werk, maar niet erg sterk. In het begin verklaart hij het onderwerp onbegrijpelijk.

Hij begrijpt niet waarom Halm tot lijsttrekker is gekozen door de ledenraad.


Dan beschrijft hij twee willekeurige oude door hem zelf opgeklopte incidenten en vervolgens concludeert hij aan het eind dat er tussen de begrijpelijke uitleg van Wientjes, waarom Halm lijsttrekker wordt: campagnekwaliteiten en algemene bekendheid, geen speld is te krijgen.

Horstman levert daar zelf overigens ook het bewijs van: hij citeert twee slogans uit de vorige verkiezing en wie weet nu nog de slogans van de andere partijen uit die tijd?

Waarom gaat Jan Willem dan toch met een breekijzer wrikken?

Wreekt zich hier niet het feit dat de verslaggever in de raad (met een duidelijke sympathie voor de PvdA ) ook de opinie stukken schrijft in het enige dagblad van de regio?

Wat kan een oppositieleider verwachten als hij bij deze "duivel"te biecht is?

Die kan dan blijkbaar verwachten dat een incident, door anderen uitgelokt, tot nieuws wordt gemaakt door die verslaggever om vervolgens op de opinie pagina ook nog van hem de schuld te krijgen dat de inhoudelijke zaken niet in het nieuws komen! In deze krant gaat het blijkbaar meer om de vorm dan om de inhoud. Daarbij worden ook nog woorden gebruikt als tumult voor heftige discussie en woede voor teleurstelling en worden lijstrekker, partijleider, politiek leider en fractieleider door elkaar gehaald.

Als in de Partij van de Arbeid de glazen door de fractiekamer vliegen is er volgens de krant slechts onenigheid. Op grond hiervan twijfel ik nu aan de kwaliteiten van Horstman. Op zijn minst kan van een journalist gevraagd worden dat de vlag de lading dekt! De feiten: Halm is unaniem (ook door Stoffers en Mans) tot lijsttrekker gekozen en de nieuwe fractie kiest dan uit hun midden de nieuwe fractievoorzitter. Er is geen functie van partijleider of politiek leider in BGE.

Bovendien heeft de wetgever gewild dat we in de Gemeenteraad meer mogen zeggen dan in de krant of op straat. Raadsleden zijn immuun en mogen bij hun controle van het bestuur zeer ver gaan bij het aan de kaak stellen van bijvoorbeeld missstanden of gesignaleerde corruptie. Bewijs hoeft dan volgens de wetgever niet te worden geleverd en uitspraken van raadsleden op zich zijn ook geen bewijs.

Een onschuldig gedichtje 2x afhameren duidt op nerveus verkrampt regentisme bij voorzitter (en burgemeester) Bijl en staat haaks op de wet. De reglementen van de raad lopen dus niet in lijn met de wet en moeten snel en grondig worden aangepast en moeten de vrijheid van meningsuiting in principe aanvaarden behoudens strafbare of orde verstorende uitlatingen.

Halm is in het verleden veelvuldig afgehamerd en heeft zelfs eens zijn excuses moeten aanbieden, onder druk, anders zou hij niet verder mogen spreken.
Als andere raadsleden deze knevelarij accepteren hoeven de raadsleden van BGE dat nog niet te doen.

Wanneer Horstman beter had opgelet dan had hij kunnen weten dat hij en BGE op deze punten gelijke belangen hebben. Maar Dagblad van het Noorden heeft geen enkele aandacht besteed aan de hoger beroepszaken van BGE (Wientjes) bij de Raad van State over Wob-verzoeken en oplegging van geheimhouding door het College.

Hiermee is BGE de enige partij die ook voor deze rechten (die ook voor journalisten van belang zijn) opkomt buiten de gemeenteraad terwijl de andere gemeenteraadsleden die rechten vrijwillig opgeven.