ImageSchriftelijke vragen ex artikel 38 reglement van orde van BGE aan het college.
29 november 2006 

Geacht College. 

Inleiding:

De raad heeft een schrijven ontvangen van Logeerboerderij de Ruijter, Westersebos 5 te Schoonebeek.

BGE heeft daarop nadere inlichtingen ingewonnen en het volgende vastgesteld:

Feitelijkheden:

De familie de Ruijter/Vrees hebben in de gemeente Schoonebeek een voormalig agrarisch bedrijf  met enige grond gekocht in de voormalige gemeente Schoonebeek.

Zij hebben zich vergewist van de mogelijkheden en onmogelijkheden van het bestemmingsplan alvorens zij tot aankoop overgingen.

Hun pand heeft inmiddels de bestemming "recreatie".

Het bestemmingsplan van plm 1998 moedigt kort gezegd toerisme aan en legt uitbreiding en nieuwbouw van agrarische activiteiten behoorlijk aan banden.

Daarbij mag een bedrijfskavel nooit groter zijn dan 1 hectare aaneengesloten rechthoekig, waarbij tevens de uitbreidingsrichting is vastgelegd.

Dit ter bescherming van het dorpsgezicht in de zin van de monumentenwet en ter bescherming van de karakteristieke oude nederzettingen.

Het gaat dan om o.a. de eeuwenoude boerderijen, de kavelindeling, klinkerweggetjes, boswallen etc.

Nog ten tijde van de gemeente Schoonebeek hebben Hans cs gevraagd om wijziging van de bestemming "wonen'' op het door hun met die bestemming "wonen" aangekochte pand Westersebos 26/28 in een "agrarische bestemming".

Dit is destijds unaniem afgewezen door de gemeenteraad Schoonebeek.

De Provincie keurde die afwijzing goed en handhaafde de bestemming wonen.

Daarna ging de gemeente Schoonebeek op in de gemeente Emmen.

In beroep bij de Raad van State werd die goedkeuring vernietigd en diende er een nieuw besluit aangaande de bestemming van Westersebos 26/28 te worden genomen.

Dat besluit is (nog) niet genomen.

Hans cs hebben de Raad van State kunnen overtuigen van het agrarische gebruik van Westersebos 26/28 door o.a. duidelijke, niet mis te verstane kleurenfoto's te overleggen van een grote gevulde aardappelloods en dito machineberging naast hun pand.

Deze foto's waren echter van een loods in eigendom en gebruik bij F. Ensing CDA raadslid zowel in Schoonebeek als in Emmen.

Hans cs legden tevens een foto van hun pand over waarop een traditionele rietgedekte boerderij is te zien met een even traditionele maar bescheiden en lege berging achter het pand.

Namens de gemeenteraad van Emmen voerde H. Heine het woord op de zitting bij de RvS, alwaar hij beweert dat de gemeenteraad in verzuim is geweest de loods en de berging (beide van Ensing) te betrekken bij de beoordeling.

Als gevolg hiervan komt de Raad van State tot de conclusie dat de gemeenteraad onzorgvuldig heeft gehandeld.

Vervolgens wordt hiervan uitgegaan door het College in de ontelbare vrijstellings- en legalisatieverzoeken, die vervolgens regelmatig worden gewijzigd, ingetrokken of als er een besluit is gevallen weer worden overschreden.

BGE heeft hierover de volgende vragen:

1* Heeft Westersebos 26/28 in de visie van het college een bestemming? Zo ja, welke en waarom? Zo nee, waarom niet?

2* Was er volgens het college sprake van een substantiële tak van Akkerbouw op het perceel Westersebos 7 ten tijde van de aangehaalde uitspraak van de RvS (E01.97.0325)? Waar baseert u dat op?

3* Acht het college de aanzienlijke uitbreidingen tot een meergezinnen onderneming van Hans cs met elementen van Akkerbouw, Melkveehouderij en Loonbedrijf binnen de letter en de bedoeling van het vigerende bestemmingsplan en waar ligt volgens het college de concrete bovengrens.

4* Hoe verhoudt zich de ruimhartige medewerking van het College middels vrijstellingen aan deze uitbreidingen met het belang van het speerpunt toerisme? Gaarne uitvoerig toelichten.

5* Meent het College werkelijk dat de onderneming(en) van Hans c.s. onder  de Amvb Landbouw kunnen gaan vallen en nog wel zonder overgangsregiem?

6* Vindt het college het niet hoogst opmerkelijk en onprofessioneel dat een gemeentelijke jurist gezonden ter verdediging van het standpunt van de gemeenteraad bij de Raad van State daar vervolgens de gemeenteraad beticht van onzorgvuldigheid op basis van valse documenten (foto's loods en berging Ensing) ingebracht door Hans cs?.

7* Vindt het College met BGE dat het verstrekken van documenten met het doel de rechtbank om de tuin te leiden met betrekking tot de feiten en tot een gunstige uitspraak te bewegen een vorm van strafbare valsheid in geschrifte?

8* Vindt het College met BGE dat door de in de vorige vragen genoemde wetenschap de uitspraak zal moeten worden herzien?

9* Vindt het College gezien de correspondentie en de ambtelijke houding t.o.v. mevr. Vrees met BGE dat zij ten onrechte in de wandelgangen als querulant wordt afgeschilderd maar dat zij eerder moet worden beschouwd als een hartstochtelijk verdediger van de monumentale landschappelijke Drentse waarden? Is dit nog aanleiding voor het College om dat op een persoonlijke wijze aan haar kenbaar te maken?

Wim Halm Burgerbelangen Gemeente Emmen