A first(hand) opinion: Procedures in de gemeente Emmen   

Ofwel: waarom veehandel in Emmen wel grondgebonden moest zijn en boomkweken niet. 

Met wellicht het antwoord op de prangende vragen als: hoe duidelijk moet een burger zijn twijfels uiten voor hij wordt begrepen door een onwillig  bestuursorgaan; kan een familierelatie met een wethouder van blijvend nut zijn voor een burger; hoe toevallig is een bijna 100% te hoge Woz taxatie  van het onroerend goed van een dwarsliggende burger en bovenal loont bestuurlijke vooringenomenheid bij de besluitvorming ook op de lange termijn en tenslotte, zijn er winnaars aan te wijzen in de slag om Loeksham 

Dit verslag beoogt een allesbehalve onpartijdig onderzoek naar en advies omtrent de bestaande bestuurscultuur in de gemeente Emmen te zijn, waar regie van bovenaf de ene burger bevoordeelt en de andere benadeelt: Het is een kijkje achter de schermen van een wereld waarin waarden op geheel eigen wijze worden ingevuld: waar liegen een communicatieprobleempje heet, waar bedrog een comissie is, waar een grove beoordelingsfout een onzorgvuldigheden heet en waarin een burger die zijn rechten kent een querulant genoemd wordt en waarin als alles fout gaat wat er fout kan gaan, iets niet de schoonheidsprijs verdient 

Kortom:  Welkom in de wereld van het openbaar bestuur in Emmen. Opdrachtgever: H. J. Menger, raadsman van belanghebbenden. Onderzoeker: H. J. Menger, in dezen ervaringsdeskundoloog. Samensteller :H.J. Menger, omdat iemand het moet doen. Sponsor : H. J. Menger, makelaar en adviesbureau te Oldeberkoop.                

   1 * Waar gaat het eigenlijk om:   
De door de gemeente gevolgde procedures, zoals in dit rapport aan de orde komen, zijn in het algemeen het gevolg van de door de burgers aangewende en hen ten dienste staande rechtsmiddelen.


Burgers wenden deze rechtsmiddelen aan omdat ze veelal op het bestaan ervan gewezen worden en omdat de besluitvorming van overheden daar aanleiding toe geeft. Zij hebben in principe ten hoogste 6 weken de tijd om na eventuele juridische consultatie die beslissing te nemen.


Wanneer burgers de indruk hebben dat in de besluitvorming hun belangen niet zorgvuldig zijn afgewogen of niet voldoende aan bod zijn gekomen, geeft de besluitvorming in ieder geval aanleiding tot aanwenden van die rechtsmiddelen. Hun belangen kunnen ze, als ze daartoe de gelegenheid geboden is, via een verzoekschrift of inspreken in commissievergadering kenbaar maken.

 Burgers grijpen zelden naar de hen te dienste staande rechtsmiddelen als ze vinden dat er formeel niet juist is besloten. Schending van de beginselen van behoorlijk bestuur komt dan ook vaak pas gaande de procedure aan het licht namelijk als de stukken waarop het besluit is gebaseerd geopenbaard worden en getoetst worden aan bestaand beleid, regels, wetten en jurisprudentie. Meestal is dat in de fase waarin bijvoorbeeld  een adviescommissie van  bezwaar en beroep ingeschakeld is. 
In de gemeente Emmen overigens gaat deze commissie bij de naam "onafhankelijke commissie rechtsbescherming". Ten onrechte naar mijn mening. Ze kan niet onafhankelijk zijn. Integendeel ze is zelfs volledig afhankelijk van de gemeente door de aan haar opgelegde spelregels en de door de gemeente benoemde leden.


Daarnaast is er ook geen enkele feitelijke scheiding van de staf van B en W en de commissie. Bovendien zorgt ze al helemaal uit haar aard niet voor rechtsbescherming, die taak is neergelegd bij de werkelijk onafhankelijke rechter.Ze zorgde in deze zaken hooguit voor vertraging en versluiering in de besluitvorming. 
Het zou veel beter zijn wanneer een bestuursorgaan bij wet verplicht zou zijn in één keer een juist, definitief goed gemotiveerd besluit te nemen, op straffe van vernietiging. In de onderhavige zaken werden de primaire besluiten vaak in eerste instantie op goed geluk genomen, in de hoop en verwachting dat er geen bezwaren zouden worden ingediend. In andere geval, dat de commissie er wellicht een betere motivering en juiste juridische onderbouwing aan zou kunnen geven. Gevolg is dat er dan ondertussen kostbare tijd voor de burger verstrijkt.


Maar de commissie bleek, of niet competent om te doen wat werd gehoopt, of verdedigde zoals het gezegde dat luidt: "wiens brood men eet wiens woord men spreekt" al aangeeft, vrijwel alles wat haar door haar broodheer werd aangegeven. 
Dit soort adviescommissies behoort doorgaans zeker een onzorgvuldige voorbereiding en een  vooringenomen belangenafweging onmiddellijk te signaleren, opdat het bestuursorgaan in de herkansing besluiten nog kan corrigeren.


Dit mag zelfs wel haar hoofdtaak genoemd worden, het filteren voor de rechterlijke macht. Zij hoort haar werk nauwgezet, met kennis van zaken en gezag binnen de daarvoor door de wet gegeven termijnen te doen. Zij dient naast te filteren voor de rechter ook de strekking en de doelmatigheid van besluiten te toetsen.


Bovendien het gevolgde traject voor het bestuursorgaan te beoordelen en desnoods andere oplossingen aan te dragen of daarin te bemiddelen, maar in ieder geval daarover gedegen te adviseren aan het bestuursorgaan. 
Het rapport van Prof. Koeman, wat ik hier bekend veronderstel, maakt al duidelijk dat de commissie in Emmen aan geen van deze voorwaarden en taken ook maar een enkele keer in deze procedures voldeed.


Voor het overige lijkt mij, dat wat voor het bestuur van Emmen geldt, ook en wellicht nog meer, voor de commissie van toepassing is. Als gevolg van de abominabele werking van deze adviescommissie in Emmen komen formele fouten in de besluitvorming pas in het stadium van beroep bij de rechter en soms zelfs pas in hoger beroep  bij de Raad van State aan het licht.

 In de beoordeelde procedures, voor het grootste gedeelte dezelfde als de procedures welke Koeman beoordeelde, maar inmiddels enkele meer,  hebben er combinaties van formele gebreken en onzorgvuldige voorbereiding,  onzorgvuldige toetsingen en/of onzorgvuldige belangenafwegingen een rol gespeeld  bij de vernietiging van besluiten. 
Zoals Koeman al stelde, berusten die voor een groot deel op verkeerde uitleg van wet, hetgeen kan duiden op gebrek aan wetskennis en kennis van de jurisprudentie, maar evenzogoed zou kunnen berusten op moedwil, of gewoon maar proberen en afwachten waar het schip strandt en intussen tijdrekken. Dat alles tegen beter weten in.


Hetzelfde geldt nog veel sterkere mate voor de termijnoverschrijdingen die Koeman slechts wijt aan gebrek aan wetskennis. Zijn standpunt dienaangaande is wat al te naïef, of hij heeft de termijn overschrijdingen niet geanaliseerd. Alhoewel zelfs een leek, die de procedures heeft bestudeerd, zou opvallen dat de termijnoverschrijdingen steeds ten voordele van het bestuursorgaan en de door haar bevoordeelde burger uitvielen en bovendien geeft de gemeentelijke adviescommissie ieder jaar, in het jaarverslag, de nodeloosheid van de termijnoverschrijding bij behandelingen toe.


Omdat het bestuursorgaan steeds door de rechter werd gedwongen om besluiten te nemen die ze eigenlijk helemaal niet, of nog niet wilde nemen, had ze dus alle belang bij die termijn overschrijdingen.


Zo gebruikte ze elke keer de maximale aan een bestuursorgaan in de voorkomende gevallen gegeven termijnen. Dit om de zaak zoveel mogelijk op te houden. In geen enkel geval was er een objectieve reden voor vertraging in de besluitvorming te bedenken, laat staan dat er door de gemeente Emmen ooit een reden werd gegeven. De termijn werd gewoon telkens maximaal uitgebeend, wat uiteindelijk iedere keer weer slechts tot uitstel van executie leidde. In andere gevallen zou de gemeente Emmen  nooit een besluit hebben genomen als ze er niet door het aanwenden van rechtsmiddelen toe zou zijn gedwongen.    2* Wat was beter geweest?  
Wanneer een gemeente procedures met daaraan gebonden  veel extra werklast,  veel negatieve publiciteit en schadeclaims achteraf, logischerwijze wil voorkomen, zal ze dus zorgvuldig gewogen besluiten moeten nemen.


Over deze zorgvuldig gewogen besluiten zou de gemeente op een zodanige wijze te dienen communiceren dat de burger in ieder geval gedurende tenminste de cruciale eerste 6 weken weet heeft van het feit dat hij of zij weliswaar niet of slechts ten dele heeft gekregen wat hij of zij wilde, maar in elk geval dat zijn of haar belangen zorgvuldig zijn afgewogen tegen andere  bestaande belangen. Daar en boven dat de procedure overigens zorgvuldig en transparant is verlopen. Ruimhartig toestaan van de inspreekmogelijkheden in raad en raadscommissies en op hoorzittingen maakt daar onlosmakelijk deel van uit. Een op deze zorgvuldige wijze tot stand gekomen besluit zal na die 6 weken onherroepelijk worden en de burger binden. Hem resten dan nog slechts andere wegen om te krijgen wat hij wil: zijn plan aan de visie van de gemeente en/of andere belanghebbenden aanpassen, zijn plan uit te stellen of op te geven, mogelijk eventueel zelfs te overwegen om te verhuizen.   3* Waarom gaat dat dan niet zo in Emmen?  
 Dat ondanks deze eenvoudige organisatorische wetmatigheden in de gemeente Emmen toch veel langdurige en repeterende procedures zijn ontstaan, kan dus alleen aan de kwaliteit van de besluitvorming, het vooronderzoek en de presentatie daarvan liggen.


In ieder geval is het niet aannemelijk dat de mondige, calculerende burger, uitzonderingen daargelaten, op goed geluk maar wat raak procedeert. De besluiten moeten de burger de aanleiding  hebben gegeven en bij hem tot de inschatting hebben geleid dat hij wel eens succesvol zou kunnen zijn in een rechtsgang tegen de besluitvorming. 
Veelal is het een ontbrekende, slecht onderbouwde of een aan alle kanten  rammelende motivering, die in Emmen ook nog vaak adhoc is. Bovenal stoelt zij veelal onvoldoende op bestendig beleid, op objectieve criteria of op duidelijke regelgeving.


Daarenboven wordt vaak  blijk gegeven van Oost Indische doofheid aan het bestuurlijke oor dat is gewend naar de burger die zich tot de gemeente richt en iets voorstaat wat tegen de onuitgesproken wens van het bestuur is. In de gemeente Emmen hanteert het bestuur, zowel het college, het ambtenarenapparaat als een deel van de gemeenteraad daarbij vaak een wel zeer arrogante houding. Vergeten wordt de opvatting die besloten ligt in het woord gemeente. Volgens de opvatting van het Emmer bestuur hoeft de gemeentelijke overheid niet de dienaar en beschermer te zijn van de belangen van al haar burgers. Nee, in Emmen kan dat blijkbaar selectief. De wijze waarop het ambtelijk apparaat met steun van college en het grootste deel van de gemeenteraad onderhavige zaken heeft benaderd wijst er op dat de eerder zo geprezen cultuuromslag in het Emmer bestuur nog steeds niet heeft plaats gevonden.  
De  raad kent geen erg duidelijke beleidscriteria en weet in het algemeen niet van de hoed en de rand. Dat de raad  amper criteria heeft vastgesteld voor zichzelf, voor het bestuur en voor de burger, wil nog niet zeggen dat er elke keer een adhoc beslissing kan worden genomen op aanvragen.


Beleid kan ook blijken uit herhaald besluiten in een bepaalde richting. Door het ontbreken van duidelijke criteria en het niet naleven van of vaag interpreteren van criteria en vastgelegde regelgeving laat ze een situatie ontstaan waarin willekeur aan de orde van de dag is.


Deze willekeur beschouwt ze kennlijk als de door haarzelf geschapen bestuurlijke manouvreer ruimte, waarbij alle vergunningen geweigerd of verleend kunnen worden afhankelijk van wie dat aanvroeg. 
De hier voor genoemde adviescommissie met haar onderdanige houding, die soms bij monde van haar voorzitter de besluiten van het bestuursorgaan verdedigde tegen de bezwaarmakende burger, schroomde niet de agendering en de verslaglegging in het nadeel van die burger te manipuleren.


Deze werkwijze zal zeker niet het aantal bezwaren reduceren en de werklast van het bestuurlijk apparaat en die van de rechterlijke macht helpen beperken.
Daarbij valt wel op te merken dat de commissie bij herhaling blijk geeft ook niet te weten wat nu precies een beroepbaar besluit is, noch weet ze, in meerdere gevallen zelfs, goed het verschil tussen de begrippen 'ongegrond' en 'niet ontvankelijk'. Waar een bezwaar ongegrond moest zijn werd het niet ontvankelijk verklaard en waar het niet ontvankelijk moest zijn ongegrond.


 
Zelfs weet ze bij tijden niet of bezwaar of beroep moet worden ingesteld en behandeld dan op goed geluk maar een bezwaar, wat daarna door de rechter vervolgens wordt vernietigd  waarna hij het alsnog als beroep behandeld. Gevolg: tijd en energie door alle betrokkenen verspild.

 Jurisprudentie wordt schijnbaar zelden geraadpleegd, en in de zeldzame gevallen dat het gebeurd interpreteert ze die onjuist en veelal met vooringenomenheid. Technisch inhoudelijk wordt er steeds klakkeloos het ambtelijk apparaat gevolgd en worden grove technische en feitelijke fouten overgenomen, ondanks het feit dat ze gedocumenteerd op deze technische en feitelijke fouten wordt gewezen. Ook het rapport Koeman verwijst hier naar. 
Als er al een meetbare werking van de commissie uitgaat, dan is dat zeker niet, de door de wetgever zo vurig gehoopte filterwerking ter ontlasting van het rechtsapparaat.


Eerder drijft ze de zaken nog verder op de spits door van vooringenomenheid blijk te geven en het nut van de hoorzittingen dienovereenkomstig grondig te verzieken. Het gevolg is dat er een stortvloed van klachten en correspondentie over dergelijke onbehoorlijkheden worden geuit, die vervolgens behoudens voorlopig slechts één gehonoreerde klacht dan weer in het geheel niet of onbehoorlijk worden behandeld. Het meest opmerkelijke is dat door al die geheel eigen juridische interpretaties van bestuursapparaat en commissie, de indruk bij de burger ontstaat van een, op het gemeentehuis functionerend juridisch apparaat, bedoeld om de burger af te serveren. 
Alhoewel Prof. Koeman voor de gemeente Emmen een onderzoek heeft gedaan en daarover heeft gerapporteerd met enkele verbazingwekkende conclusies voor het bestuur blijken de door hem gesignaleerde tekortkomingen het college en de raad niet zo te schokken als verondersteld mocht worden. Geschrokken ja, dat wel een beetje, maar al snel weer gesust door de burgemeester die belooft er werk van te maken.

 Veranderde er veel, nee, het college ging voornamelijk gewoon weer verder op de reeds ingeslagen weg. Ook conclusies en aanbevelingen zijn geen enkele garantie voor verbeteringen in de toekomst. Een voorspelbaar rapport tegen een behoorlijke prijs ten behoeve van de  bestendiging van een bestaande praktijk.         4 * Waarom het wel uit de hand moest lopen.   Bij de onderhavige besluiten heeft het bestuursorgaan van de gemeente Emmen echt geen enkele gelegenheid voorbij laten gaan om procedures uit te lokken waar die vermijdbaar waren en die zeker ook in het belang van het bestuursorgaan en andere belanghebbenden hadden moeten worden vermeden. Daarbij heeft ze door de curieuze samenhang en samenloop van besluiten en behandeling van de bezwaren daartegen, zich behoorlijk in de kaart laten kijken. Waar ze nog meegaand en transparant, de door wat voor oorzaak dan ook ontstane schade had kunnen vermijden of neutraliseren, gaf ze zelf juist voeding aan verschillende theorieen over bevoordeling,  vriendjespolitiek en corruptie, theorieen die inmiddels overigens wel heel dicht bij de waarheid blijken uit te komen. 
Alle publicaties in kranten en tijdschriften ten spijt, er veranderde schijnbaar niets in de opstelling van noch college noch grote fracties in de gemeenteraad. Vragen in de raad haalden niets uit.


Op vragen en op de publicaties kwam een stroom van nietszeggende, ontwijkende  of verhullende antwoorden.

 Waar ze in de pers openheid had kunnen en moeten verschaffen, houdt ze zich aan een kennelijk aan haarzelf opgelegde vorm van persstilte die de genoemde theorieën welig laat voortwoekeren. Ondertussen probeert ze wel met alle haar ten dienste staande middelen de boodschapper van dit onheil tegen te werken, waarbij alle klassieke managementfouten de revue passeren.   5* De fouten en wat Koeman ons allemaal onthield. 
 Het bestuursorgaan Emmen (raad, college en adviesorganen) heeft keer op keer consequent geprobeerd stukken, zo niet weg te moffelen of niet te archiveren, dan toch wel zo lang mogelijk uit de openbaarheid te houden.


In ieder geval buiten zicht laten verdwijnen tot daar de actualiteit aan zou zijn ontvallen. Als ze in voorkomende gevallen gerechtelijk wordt gedwongen te openbaren, vertraagt ze dat met allerlei in het oog springende acties nog zo lang als het maar mogelijk is.


Hiermee trekt ze maximale publicitaire aandacht voor stukken die ze eigenlijk onder de pet had willen houden. Ze houdt door de gevolgde procedures, de voor haar negatieve zaken, zelf op deze manier jarenlang actueel.

 Fout 1. 
Vragen over de dossierstukken worden opzichtig ontwijkend, badinerend en bagatelliserend afgedaan. Echter doet ze dit op een wijze die intelligente mensen aan de zijlijn als hogelijk irriterend voorkomt, nog los van het gebrek aan inhoudelijkheid van de afdoening. Door te spelen op de man en telkens te proberen de boodschapper in een kwaad daglicht te stellen creëert ze zo in ruime mate sympathie voor haar “tegenspelers”.

 Fout 2. 
Als op deze wijze zo steeds meer interesse voor de stukken wordt gewekt en ontkennen en negeren niet meer helpt en ook intern kritiek ontstaat, wordt het klassieke zogenaamde  "onafhankelijke",  maar vooral niet al te diepgaande onderzoek van stal gehaald.


De onderzoeksopdracht wordt zo duidelijk omschreven dat er nauwelijks pijn geleden kan worden en de uitkomst bij voorbaat al vast staat.


De onderzoekscriteria liggen vast en werken naar een bepaalde uitkomst. Deze werkwijze lokt natuurlijk, zoals altijd, weer nieuwe kritiek uit, ditmaal op het onderzoeksrapport, op de kosten er van en de conclusies er uit, terwijl er in de uitkomst ook nog onverwachte en waarschijnlijk ongewenste verrassingen schuilen voor het bestuur. 
In de uitgebrachte rapportage van Prof. Koeman sprongen drie belangrijke conclusies in het oog: ten 1ste: registreerde Koeman een gebrek aan  juridische kennis  in het bestuursorgaan en onvoldoende aandacht voor juridische scholing.


Dat wordt nog eens te meer duidelijk waar nu immers een 10 tal gespecialiseerde gemeentelijke juristen een 30 tal zaken tegen 1 niet jurist verliest en ten 2de: dat er in (alle?) dossiers geen schriftelijk vastgelegd verband tussen grondonderhandelingen en de te verlenen bouwvergunningen is aangetroffen. Hoewel dat uit alle verbanden, tekeningen en uitlatingen wel zo blijkt te zijn. Hetgeen in ieder geval duidt op een gebrekkige dossiervorming en het niet volgen van de archiefwet 1995. Moedwil, onverschilligheid of onnozelheid? 
Het mag toch wel voor iedereen duidelijk zijn, dat zo’n schriftelijke vastlegging dan ook een vastlegging van misbruik van bevoegdheid en corruptie zou inhouden, wat doorgaans toch niet gebruikelijk is.


Hoe ziet u dat dan wel meneer Koeman, de ondeugende ambtenaar zal toch niet zijn bekentenis in de dossiers voegen?

 Maar ach, het was “inspecteur” Koeman ook niet opgevallen dat er bij de gemeente Emmen wel eens in gearchiveerde dossierbescheiden geknoeid wordt.
Niet duidelijk is of “inspecteur” Koeman nog naar vingerafdrukken en DNA sporen heeft gezocht of dat zijn conclusie gewoon wat voorbarig is.


Vast staat inmiddels dat het betrokken hoofd grondzaken schijnbaar te verstaan werd gegeven om maar ergens anders te solliciteren, maar nu toch na een klacht van een klokkenluider onderwerp van een forensisch accountants- en strafrechterlijk onderzoek is, na  een aanklacht van B en W wegens vermoeden van fraude. 
De conclusies van Koeman zijn derhalve wel van zodanige aard, dat daarmee twee open deuren tegelijk door hem werden ingetrapt wat betreft de gevolgen, maar dat naar de oorzaak slechts door het sleutelgat lijkt te zijn gekeken.


De 3de conclusie van Koeman is  dat de commissie rechtsbescherming niet snel genoeg, niet grondig genoeg en met te weinig kennis van zaken heeft geopereerd. Deze conclusie had ook best nog wel mogen worden aangevuld met bedenkingen over de vooringenomen werkwijze van die commissie en haar secretariaat.


Als de door Koeman aanbevolen aan te trekken juridische kwaliteit op dezelfde vooringenomen wijze te werk zal gaan als voorheen dan wordt op macroniveau de kwaliteit niet verbeterd, daarin schuilt het grootste gevaar van het opvolgen van zijn hoofdconclusie.


Deze van tevoren met enkele raadfracties in achterkamertjes voorgekookte uitkomsten van het rapport Koeman werken in het dualistische systeem natuurlijk ook niet meer. Ze zijn contraproductief.

 Fout 3. 
Inmiddels is door uitspraken van bestuursrechters en hogere rechters, nu in een 40 tal zaken genadeloos blootgelegd dat herhaaldelijk de wetten, regels en voorschriften op een zeer geregisseerde wijze verkeerd worden uitgelegd en opgehouden door het bestuursorgaan. Bijvoorbeeld worden: termijnen bij herhaling zonder noodzaak overschreden; stukken die openbaar moeten worden gemaakt worden geheimgehouden; vergunningen die moeten worden verleend worden geweigerd en vergunningen die moeten worden geweigerd worden ten onrechte verleend en waar gehandhaafd moet worden wordt dat achterwege gelaten etc. 


Het blijkt dat de gemeente uit al deze zaken nog steeds niets heeft geleerd, zij begint thans van voren af aan opnieuw! Ne bis in idem? Nooooit van gehoord.

 Fout 4. 
Opnieuw probeert de gemeente nu weer met de oude aanvragen een nieuwe procedure op te starten. Ze was reeds gewaarschuwd voor de gevolgen die dat zou hebben. Dan moeten maar weer de eerder genoemde rechtsmiddelen opnieuw door de burger worden aangewend met de nodige klachten en verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur.


De gemeente Emmen bestaat het dan om daarover weer opnieuw te gaan corresponderen, in de trant van het vragen naar de bekende weg, om tijd te rekken. Ze volgt hiermee weer dezelfde weg als bij de start van het hele verhaal. En ja hoor ook nu weer worden WOB verzoeken in een krampachtige gestoorde actie rustig 2 maanden onbeantwoord gelaten! Opnieuw weer verzoeken om voorlopige voorzieningen en bestuursrechters die zo langzamerhand geïrriteerd beginnen te raken over de door het bestuursapparaat steeds weer aangevoerde “juridische spitsvondigheden” en die het nu merkbaar een beetje beu beginnen te worden.

 Fout 5.  6* Wat waren zoal de gesneuvelde stellingen van de gemeente?  A l * Veehandel is een agrarische activiteit. Sneuvelt in beroep in Assen op basis van jurisprudentie uit 1989, door Detmers al in het begin van de procedure overlegd: productie component ontbreekt, dienstverlening. No.02/329/484.

A 2* Handelsvee verzamelen is grondgebonden. Sneuvelt eveneens samen met de vorige stelling in beroep in Assen op basis van oude jurisprudentie: handelen niet agrarisch, dus niet grondgebonden, verzamelen, voor zover agrarisch, dan intensief No. 02/329/484.

A 3 * Onder een vrijstelling milieuvergunning (AMVB) Akkerbouw mag ongelimiteerd vee worden gehouden als de akkerbouw maar  economische hoofdzaak blijft. Sneuvelt in voorlopige voorziening bij de Raad van State (milieu). Slechts 15 stuks melkrundvee. No. 20015797/1/2.

A 4* Bij de bepaling van de verhoudingen van punt 3 dient men uit te gaan vanStandaardbedrijfseenheden van land en gebruik, Sneuvelt eveneens bij de Raad van State in voorlopige voorziening en beroep. Voor een inrichting op grond van de milieuwetgeving is landgebruik irrelevant. No. 200105797/1/2.

A 5 * Het bedrijf van de Wiltings vertegenwoordigt 632 Standaardbedrijfseenheden. Sneuvelt in voorlopige voorziening in Assen pas na voorrekening door Detmers. B en W corrigeert in pleitnota. 632 Sbe zou een jaarinkomen voor belasting vertegenwoordigen van destijds fel 350.000 gulden. Moest zijn max. 160 Sbe. No. 01/782.

A 6* Veehandel is Wilting toegestaan onder het overgangsrecht  van het bestemmingsplan buitengebied. Sneuvelt in Assen en in hoger beroep bij de Raad van State. Handhaven nodig tenzij alsnog onafgebroken veehandel sinds 1988 op huidig kwantitatief niveau door Wilting wordt bewezen. Bewijs blijft uit. No. 02/329/484.

A 7* Stal voor slechts 20 koeien is voldoende urgentie voor bouw 2de bedrijfswoning op grond van art. 19 lid 3 WRO. Sneuvelt in beroep bij de rechtbank Assen, bevestigd door de Raad van State in hoger beroep. Geen voldoende urgentie. No, 02/95/96.

A 8* Een Veehandel is geen inrichting waarvoor milieu vergunning plicht geldt. Sneuvelt bij de Raad van State in voorlopige voorziening. No. 200105797/1/2.

A 9* Bouwvergunning kan worden aangehouden als een milieuvergunning is aangevraagd. Sneuvelt in beroep in Assen, later bevestigd door de Raad van State. Milieuvergunning moet onherroepelijk zijn. No. 02/488/489.

A l0* Bouwvergunning kan worden aangehouden, ook als er geen voorbereidingsbesluit (meer) van kracht is. Sneuvelt in beroep in Assen, later bevestigd door de Raad van State. Ten tijde van aanhouding moet er een geldig voorbereidingsbesluit zijn. Oude jurisprudentie. No. 02/488/489.

A 11* Bodemonderzoek dat een vervuiling veronderstelt staat niet in de weg aan verlening van een bouwvergunning. Sneuvelt in beroep in Assen. Geen hoger beroep. Nader onderzoek eerst nodig. No. 02/95/96.

A 12* Een planologisch- en milieuhygiënisch handhavingverzoek kunnen niet gelijktijdig worden gedaan. Sneuvelt in beroep in Assen. Geen hoger beroep. Onjuiste en onnodige stelling. No. 02/329/484 A l3* Een verdagingbesluit hoeft niet te worden genomen om van kracht te zijn. Sneuvelt bij de bestuursrechter in Assen.  Moet genomen worden voor het einde van de termijn. Vaste jurisprudentie. No. 02/20/21 e.a.

A14* Tegen een besluit op bezwaar met nieuwe voorwaarden dient opnieuw bezwaar te worden gemaakt. Sneuvelt in beroep in Assen. Daartegen staat alleen beroep open No.02/1067

A l5* Een boomkwekerij is niet grondgebonden. Sneuvelt in beroep in Assen. Wel degelijk grondgebonden dus geen strijd met bestemmingsplan. No. 02/155/156

A l6* Buren zijn geen belanghebbenden bij een voorbereidingsbesluit. Sneuvelt in Assen, wel ontvankelijk want belanghebbende. No. 02/332

A l7* Gaande procedure wordt het onroerend goed van Detmers voor de WOZ  individueel getaxeerd, na een lange en stroeve procedure wordt gaandeweg de eerste taxatie van € 280.000, -¬  verlaagd tot € 187.000.   wegens (per abuis) verkeerde taxatie. Als dat nog hoger is dan een precies vergelijkbaar pand in de straat, wordt alsnog pas in de beroepsfase akkoord gegaan met de waarde die ook is vastgesteld voor dat ander pand in de straat (€ 160.000, -¬). De zaak kan echter niet worden ingetrokken omdat B en W niet de kosten van een contra expertise en gerechtskosten in bezwaar en beroepsfase à € 1200,   wil betalen. Het gerechtshof Leeuwarden heeft een uitspraak daarover aan zijn werklast moeten toevoegen.


Het gaat er daarbij niet meer om of er betaald moet worden, maar of de rekening redelijk is. De behandeling kost door eigenwijsheid van de gemeente de belastingbetaler zo uiteindelijk een veelvoud van het door Detmers gedeclareerde bedrag. No. BK 02/01261

 Enzovoort, enzovoort……… wordt vervolgd.     7* Welke stellingen zullen ook spoedig ten grave worden gedragen?  B 1* Onder een AMVB akkerbouw mogen geen 15 maar  21 stuks melkrundvee worden gehouden.

B 2* Rechten onder een AMVB akkerbouw verkregen moeten bij de aanvraag van een milieuvergunning worden gehonoreerd.

B 3* Een lintbuurtschap met overwegend burgerwoningen is geen categorie II omgeving.

B 4* Een akkerbouwbedrijf van een vader en een veehandel van een zoon kunnen samen 1 inrichting vormen op grond van de milieuwetgeving, ook al liggen ze op twee verschillende kavels en zijn het totaal verschillende bedrijfstakken.

B 5* Als een artikel 19 procedure juridisch is mislukt, kan op basis van dezelfde aanvraag een postzegelplan worden geëntameerd.

B 6* Een verdagingbesluit is geen besluit in de zin van de Awb.

B 7* Gedane toezeggingen en gewekte verwachtingen herleven na een mislukt (hoger) beroep.

B 8* Een bouwplan en een bestemmingsplan kunnen worden aangepast aan een bestaande illegale situatie.

B 9*  Een besluit op bezwaar hoeft pas na 14 weken te worden genomen ook als er een definitieve uitspraak van de Raad van State ligt en er derden belanghebbenden zijn en de situatie niet is veranderd.

B10* Een milieuhandhavingsverzoek kan niet algemeen zijn, maar de verzoekende burger moet de maatregelen die getroffen moeten worden of de overtredingen van begin af duidelijk kenbaar aangeven.

B11* Een veehandel hoeft aan geen enkele eis van AID en/of RVV te voldoen om toch als een reëel bedrijf te worden gezien. Ook al houdt dat in dat de dieren op straat moeten worden geladen en gelost wegens ontbreken van schoonmaakfaciliteiten op het bedrijfEnzovoort, enzovoort………………              wordt uiteraard eveneens vervolgd.   8* Waar was en is de bestuurlijke controle? 
Ja, waar? Normaal controleert in ons nieuwe dualistische stelsel de gemeenteraad het beleid van het college van burgemeester en wethouders. Maar zo niet in Emmen naar het schijnt. In diverse zaken bepaalt het college wat er gebeurt en de raad zit knikkebollend mee te luisteren, met uitzondering van die partijen die niet de dienst uit maken. Van de rest denk je, als je het meemaakt:  stemmen ze nu in met dat wat gezegd wordt of zitten ze echt te slapen.


De bestuurlijke controle schittert door afwezigheid, vele raadsleden nemen ingekomen brieven officieel voor kennisgeving aan, wat zoveel wil zeggen als: u kunt schrijven wat u wilt maar wij doen gewoon waar we zin in  hebben of wat we hebben afgesproken. Dat standpunt wordt het beste verwoord door de Emmer PvdA, en wel als het  volgt  Citaat "De Raad heeft op een gegeven moment een besluit genomen ergens een bouwmogelijkheid toe te staan, waar dat nu niet kan.


Een burger komt daar tegen in verzet en probeert op alle mogelijke manieren een besluit tegen te houden" einde citaat (raadszitting 27 maart 2003). Met andere woorden wij beslissen en die burger gebruikt allerlei gemene streken om het te verhinderen. Een soort zelfmedelijden of toch iets van "“Wij zijn de baas, wij beslissen en besluiten zoals wij dat willen en de rechter mag toetsen”?
Een beetje een kostbaar standpunt als alles wat door de rechter dan wordt getoetst ook nog eens wordt vernietigd.

 Het besluit wordt niet op inhoudelijkheid getoetst, nee, die verdraaide burger ligt dwars en dat pikken we niet. Of het doelmatig is om iets te besluiten waarvan je op je klompen kunt aan voelen dat het vernietigd zal worden wilden de andere raadsleden kennelijk niet van de PvdA horen, getuige het uitblijven van enige reactie. 
Een raadslid van  de Christen Unie ging nog een stapje verder, met verwijzing naar hun idee van dualisme, en verwoorde het als het volgt  in dezelfde vergadering over nodeloze geheimhouding: "wij moeten niks willen weten van het bestuur, als het fout gaat trekken we wel aan de bel".


Hoe je er dan in vredesnaam achter moet komen dat het fout gaat blijft dan weer wel een raadsel. Het kenmerkt overigens het democratische gehalte en misschien ook wel het intelligentie niveau van veel raadsleden. Als je niets doet kan je ook niets verweten worden, verschuil je maar in de massa van de makke schapen in de raad. Als er al een reden wordt gegeven om niets te doen is het de bekende bestuurlijke dooddoener: het is nog  onder de rechter, wij onthouden ons van commentaar. Zelfs hogere overheden zoals het ministerie van VROM en de provincie Gedeputeerde staten verzaken hun controlerende taak met  hetzelfde argument... jawel  het is onder de rechter. Als de rechter dan gesproken heeft is opeens het bestuursorgaan weer aan zet en die  “moet die niet voor de voeten worden gelopen”.    Op de vraag wanneer ze dan wel ingrijpen is dat (schriftelijk) als volgt verwoord: “alleen als duidelijk provinciale of landelijke wetten of regels worden overtreden en er ligt voor ons een taak op grond van de wet om te controleren zullen wij het bestuursorgaan op haar plichten wijzen”. Maar voor die tijd heeft de oplettende burger de rechter natuurlijk al weer ingeseind en dan is de zaak al weer onder de rechter. 
Met uitzondering van enkele vasthoudende raadsleden heeft de afgelopen jaren het gros van de raad zich in Emmen als zombies gemanifesteerd, in de letterlijke betekenis van het woord: alsof ze uit een andere wereld zonder eigen wil of denk  en spreekvermogen in de raad zijn geplaatst.


Schijnbare vreemdelingen in hun eigen gemeente, zonder achterban of zonder zelfs maar een sporadisch contact met hun kiezers, behalve dan met een ja knikkend cliëntelistisch ingestelde groep. Niets te zeggen in de raadvergaderingen lijkt het hoogste streven, gapen is niet ongebruikelijk en een dutje op kosten van de burgers is nooit weg.

 In zo'n gezelschap moet een raadslid, dat halverwege zijn zittingsperiode al op eigen initiatief de hondenpoep op de agenda durft te laten plaatsen verdacht worden te lijden aan ADHD. Bij voorkeur wordt zo weinig mogelijk samengekomen en dan zo lang mogelijk doorgegaan, waarbij de insprekende burger als laatste punt op de agenda van een commissievergadering wordt geplaatst, zodat hem/haar de lust tot inspreken snel zal vergaan. Inspreken in de raadsvergaderingen is naar het inzicht van het presidium al helemaal uit den boze. Stel je voor dat meerdere mondige burgers in de gemeente Emmen op verkeerde ideeën kunnen komen, want het wordt op locale radio uitgezonden. Welk een risico!!  Nee vitten op elkaar, elkaar bestrijden en elkaar verguizen dat heeft een  hogere prioriteit dan het controleren van het college.Dualisme? Ook nooooit van gehoord.  9* Is de ernstig zieke patiënt nog te redden? 
Het bestuursorgaan Emmen zou met onmiddellijke ingang aan het infuus van de zelfkritiek moeten. Zij moet in therapie, zij moet kritiek van buiten niet langer ervaren als zijnde  per definitie negatief en afbrekend of zelfs als straf. Kritiek zou eindelijk eens opgevat moeten worden als een bijdrage aan verbetering van het functioneren van het totale bestuursapparaat.


Het bestuursorgaan moet in therapie om van haar waandenkbeeld, een boze buitenwereld die in een sadistisch complot haar geheimen en falen openbaar wil maken, af te komen.


Zij moet af van haar neigingen om alles wat iemand in het orgaan ooit eenmaal heeft besloten tegen beter weten in tot de hoogste instantie vast te houden. Zelf als de bestuursrechter of de Raad van State haar terug wijst probeert ze nog haar gelijk vol te houden Zij moet af van haar constante manische neiging tot het creëren van beleidsvrijheid doormiddel van selectieve behulpzaamheid en een al even selectieve bestuurlijke traagheid en onwetendheid.

 Zij zal uiteindelijk tot het inzicht moeten komen dat haar handelen door deze ziektesymptomen tot een chronische vooringenomenheid heeft geleid, die haar tot een broeinest van onrechtmatige besluiten heeft gemaakt. Hopelijk is deze shocktherapie een aanzet tot verder hulp zoeken! 
Als het bestuursorgaan een therapeutische behandeling aan zou gaan en de behandeling aanslaat kan het bestuursorgaan weer proberen met open vizier de burgers tegemoet te treden en met hen te communiceren, waarbij dan communicatie tweezijdig zal zijn, dus ook luisteren naar die burger hoort daarbij.


Zij zal weer kunnen ervaren dat kritiek eigenlijk een gratis advies is en dat een zorgvuldig voorbereid besluit op korte termijn iets meer tijd kost, maar op de langere termijn een open bestuurscultuur en tijdwinst oplevert.


Zij zal objectief bepaalbare criteria kunnen vastleggen voor elk besluit, zodat bevoordeling, cliëntelisme  en  vriendjespolitiek geen kans meer krijgen. De "wheelers en dealers" in het apparaat zullen vertrekken of voortaan de ´WC´s gaan schoonmaken.

 De raad en het college kunnen weer opdrachten gaan geven aan het ambtelijk apparaat en niet meer andersom. En ziedaar, de cultuuromslag kan al beginnen. De burgers zullen de verbeteringen op gaan merken en hun belangen weer aan het apparaat durven toevertrouwen. De littekens zullen spoedig helen. Misschien kunnen de gelden die dan uitgespaard worden, met het uitblijven dure procesgang en het verminderen van de kosten voor juristen, beter besteed worden aan een nieuw aan te stellen gemeentelijke psycholoog die dan de therapieën kan uitwerken en bestendigen.    Ambtenaren en bestuurders draal niet langer, geef u over en u kunt gered worden. Het is nog niet te laat, maar wacht niet tot uw cultuur opnieuw door derden moet worden omgeslagen, want u zult geofferd worden, want voorwaar, de bokken zullen van de schapen gescheiden worden!   10* Verantwoording 
Voor dit rapport heb ik een reeks procedures bestudeerd en gevolgd, terwijl ik ze zelf als gemachtigd raadsman van de familie Detmers en anderen heb gevoerd. Niets is me dus ontgaan en door de vele publicaties erover heb ik ook veel dossiers over soortgelijke zaken, van burgers van Emmen die ze me spontaan hebben toegestuurd, mogen inzien.


Veel dossiers waren letterlijk en figuurlijk om van te huilen. Ja, letterlijk, omdat burgers van Emmen me soms huilend hun nare aanvaringen en ervaringen met het bestuursapparaat meldden. 
Veel mensen in Emmen zijn dan ook in mijn visie in  hun rechten geschonden. Recht werd aan hen willens en wetens onthouden door b.v. bestuurlijk misbruik van procedurele slimmigheidjes en/of bestuurlijk overwicht door informatie voordeel en door voordeel door betere kennis van procedures.


Natuurlijk weet het bestuursorgaan  doorgaans de mogelijkheden, de onmogelijkheden, de kennis en de positie van haar tegenspelers goed in te schatten en weet ze haarfijn de grenzen van het geduld en het budget van die burgers te voorspellen. Het Emmer bestuursapparaat maakt daar in veel gevallen misbruik van. En ze wil dat kennelijk ook graag zo houden.


De voordelen van deze methode van werken vielen echter weg toen er opeens a symmetrisch tegen het bestuursorgaan werd opgetreden, dat mag ook wel als hoofdoorzaak van het hiervoor beschreven bestuurlijke fiasco aangemerkt worden. In feite werd het bestuursorgaan onder bestuursrechtelijke curatele gesteld door een burger, omdat alle besluiten en termijn overschrijdingen rauwelings werden beroepen.

 Hierdoor sloeg het voordeel van de bestuurlijke traineringsmethoden opeens om in een duur nadeel (kostbaar vanwege veroorzaakte vertragingsschade) en werden de gangbare praktijken van het bestuur tot dan toe pijnlijk bloot gelegd. 
Gaandeweg ontdekten de regenten, een voor hen ondoorgrondelijk tegenstrever op hun pad. Een tegenstander die niet de grenzen van zijn geduld, uithoudingsvermogen of budget liet taxeren en over potentieel gevaarlijke informatie en contacten beschikte.


Een centrale regie (de burgemeester b.v.) om daar direct adequaat op te reageren ontbrak in eerste instantie  kennelijk en een ieder voor zich strategie is vaak in zulke gevallen gedoemd zich tegen het bestuursorgaan zelf te richten.


Hadden die andere benadeelde burgers een dure symmetrisch procederende advocaat genomen dan is het nog de vraag of ze in deze bestuurlijke omgeving wel hun recht bestendig zouden hebben gekregen en tegen welke prijs. 
Als een bestuursorgaan iets wil of niet wil tegen de zin van bepaalde burgers, dan is er al in beginsel een scheve verhouding n.l. het belang van één burger tegen het algemeen belang.

 Normaal gesproken zal dat geen probleem zijn  als de gemeente een duidelijk afgebakende set van regelgeving en een open bestuurscultuur kent.   
In Emmen echter ging het van kwaad naar erger omdat de opponent van de gemeente een relatieve buitenstaander is (Detmers) en de autochtoon (Wilting) een volle neef van de loco burgemeester (Evenhuis).


Bovendien staat de gemeenschap tot op heden bekend nog al wat restanten van feodale trekjes uit het verleden te vertonen, de dorpse mentaliteit van de notabelensociëteit is schijnbaar nog steeds aanwezig.


Het belang van de autochtone familie wordt dan al gauw het belang van ons, het bestuur. In deze kwestie waren hier overigens alleen indirecte algemene belangen in het geding. 
In casu kwam de familie Detmers bij toeval, toen ze zelf een bouwvergunning aan wilden vragen voor de herbouw van een bouwvallige loods, achter de bouwplannen van de Wiltings (bijna buren).


Plannen om een woning met schuur te bouwen aan de Wilhelmsweg ongenummerd te Emmen waren door de gemeente gepubliceerd. In een buurtschap Wilhelmsoord, ook wel naar zijn oude naam Loeksham genoemd.


De Wilhelmsweg is kilometers lang en de familie Detmers konden daar natuurlijk ook nooit de opstart van een veehandel met exportbedrijf voor rundvee, met een bedrijfswoning en veestal, vlak naast hun woning, in vermoeden, er zou worden gebouwd aan de Wilhelmsweg nummer onbekend.

 Waarom er twee bedrijfswoningen moesten komen, hoewel er toch tot op heden van 1 gezin sprake is, is nooit duidelijk geworden. De informatieverstrekking op het gemeentehuis kwam ook niet verder dan: debedenkingenperiode is al voorbij, komt u maar eens terug als we te zijner tijd debouwvergunning hebben verleend, voor bedenkingen bent u nu te laat (25 april 2000). Ziedaar de kickstart door de ambtenaar van bouw en woningtoezicht van een schier eindeloze reeks van voor B en W van Emmen fataal afgelopen procedures, wat hemzelf in ieder geval uiteindelijk zijn carrière kostte als juridisch medewerker op de afdeling Bouw- en woning toezicht. Of daarmee ook de hoofdschuldige van dit Emmer debacle is gestraft lijkt te betwijfelen. 
Nog steeds vind ik dat er ruim voldoende aanwijzingen zijn dat de ambtenaren van de afdelingen grondzaken en bouw- en woningtoezicht iets te nauw hebben samengewerkt, zodat de bouwvergunning voor de veehandel eigenlijk een onbevoegde deal was tussen de van fraude verdachte, inmiddels “verhuisde”, hoofdambtenaar grondzaken van de gemeente Emmen en de neef van de voor grondzaken destijds verantwoordelijke wethouder.


Het aanvankelijke plan lijkt ook helemaal geen veehandelbedrijf, hoewel niet ontkent kan worden dat met name zoon Wilting naast de hulp die hij verricht in zijn vaders akkerbouwbedrijf  iets doet met vee.


Een werkelijk bestaande legale veehandel is echter nooit door de aanvragers van de bouwvergunning aangetoond, zelfs niet op straffe van handhaving en niet in hoger beroep bij de Raad van State. Uit de stukken blijkt ook dat het aanvankelijke plan (vreemd genoeg door B en W
genummerd: plan 2 en daarna subiet afgewezen) een plattelandsvilla naast de toekomstige Delftlanden was, op een kavel, die dan nog onderwerp van onderhandelingen was tussen hier genoemde onderhandelaars.


Later is dat idee met fatale gevolgen verplaatst naar de kavel naast de familie Detmers onder de naam plan 1, met medewerking van de gemeente. De grootte van de stal, het ontbreken van een bedrijfsplan of zelfs maar betrouwbare bedrijfsgegevens en uitlatingen van de aanvrager, geven ook wel aan dat de woning hoofddoel was en de "bedrijfsmatigheid" de schaamlap om o.a. de provincie te overtuigen.


Het dossier spreekt op deze punten voor zich. Het geschutter om een en ander zonder milieuvergunning te realiseren is daaruit ook verklaarbaar. Was er werkelijk sprake van een serieus bedrijf geweest dan had de ondernemer dergelijke risico's natuurlijk niet genomen. Over onbehoorlijk bestuur gesproken! 
En waarom moest "of all places" het asielzoekerscentrum precies op de grond van Wilting midden in een honderden hectares groot bietenveld gerealiseerd worden. Dat de buurtvereniging waar Wilting’s echtgenote bestuurder was daarop aandrong zoals de daarvoor verantwoordelijke wethouder beweerde is nooit aangetoond, noch was daar ook een objectieve reden voor.


Enkele honderden meters ernaast bezat de gemeente reeds grond, die bovendien planologisch (wegens bebouwbaarheid en akoustische grenzen ex art. 19 WRO) beter geschikt was. Uit de stukken blijkt dat het AZC aanvankelijk daarop ook tot het laatst toe daadwerkelijk was gepland.


Wat zijn dan statistisch je kansen dat zo'n gelukje je ten deel valt als gewone grondeigenaar? Zit daar regie achter? Dat kan eigenlijk niet anders. En zo ja, wie was de regisseur en wat waren zijn motieven?


Als je het dossier onbevooroordeeld bestudeerd en de actualiteit volgt zijn dat geen vragen meer. Ik verwijs naar de publicaties in Dagblad van het Noorden en de nog steeds maar slechts voor een gedeelte door wethouder Hoogland-Foppen beantwoorde vragen van de Socialistische Partij.

 En wie wil er nu niet landbouwgrond belastingvrij opwaarderen tot bouwgrond (inmiddels kan dat zo ook niet meer in 2003), doormiddel van het bouwen van een huis in het buitengebied? 
Die mogelijkheid wist natuurlijk ook de afdeling grondzaken van de gemeente Emmen als ze ten tijde van de aanvraag van de bouwvergunning nota bene met de aanvrager over de grondprijs stoeide.


In de pers maakte de gemeente zelf bij monde van de toenmalige directeur Stadsontwikkeling duidelijk dat er een onderhandelingsimpasse was, die ze overigens later weer ontkent. Ik verwijs naar de dossiers en de publicaties daaruit en daarover.


Dat de grondonderhandelaars (Drijfholt) en de adviseurs (Adure, Assen) dezelfde zijn als in andere spraakmakende gronddeals in de gemeente wekt geen extra vertrouwen, zeker niet, als in aanmerking wordt genomen dat hoofdambtenaar Drijfholt onderwerp is van een forensisch accountantsonderzoek naar zijn handel en wandel op dit gebied, waarbij het naar alle waarschijnlijkheid  gaat om ambtmisbruik of fraude.

 Het lijkt me niet al te creatief om te veronderstellen dat de gewekte verwachtingen en het gestelde vertouwen waar B en W over sprak in een rapportage aan de raad op 27 maart 2003 omtrent de inmiddels door haar voorgenomen wijziging van het bestemmingsplan ten behoeve van de Wiltings op een zodanige geregisseerde afspraak slaat, die zich voorlopig aan onze waarneming onttrekt, ondanks de verzoeken op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur.  
Het zal ongetwijfeld iets als een onbevoegde inspanningsverplichting. zijn, die de gemeente tot zo'n opvallende eenzijdig gerichte dienstbaarheid heeft genoopt. Daarbij is van belang op te merken dat de Wiltings zich zelfs in hoger beroep niet juridisch hebben laten bijstaan, maar dat gemeentelijke juristen de kastanjes voor hun uit het vuur hebben gehaald.


Opvallend is verder ook dat elk ingestelde hoger beroep een opmerkelijke gelijkenis vertoont met de standpunten van de gemeente in dezelfde zaak. Zelfs qua woordgebruik zijn ze identiek. Je zou toch verwachten dat een aanvrager dan de gewekte verwachtingen en het geschonden vertrouwen zou aanvoeren en kosten zou proberen te verhalen?  
Schreef een ambtenaar wellicht het hoger beroep voor de Wiltings om zijn baas te enthousiasmeren om ook maar in hoger beroep te gaan? Voorlopig staat in ieder geval vast dat de theorie, dat een nauw verband tussen de simultane bouwplannen en de grondonderhandelingen niet onmogelijk en zelfs wel zeer plausibel is.


Gegeven dat het simultaan gebeurde en dat aanvankelijk zelfs het bouwplan werd geprojecteerd op een grondstuk, welk op dat moment nog onderdeel is van dezelfde ruil en nog in handen van de gemeente, zou zeker Wilting roomser dan de Paus maken als hij het niet ter sprake zou hebben gebracht op een stroef onderhandelingsmoment. Hem valt ook niet veel te verwijten als burger, uit de pers kon hij lezen dat het AZC reeds op zijn grond was gepland door een genomen raadsbesluit, de grondprijs die de gemeente bereid was te betalen kon hij lezen uit de stukken die aan zijn echtgenote als bestuurslid van de  buurtvereniging ter inzage waren gegeven.


Dat die buurtvereniging overigens geen formele, volgens de gemeentelijke regelgeving, reguliere overlegpartner kan zijn wordt door de gemeente niet relevant geacht . De massieve steun aan een bouwvergunning die volgens de Raad van State niet had mogen worden verleend (aan de Wiltings) en de even massieve tegenwerking tegen een bouwvergunning die nooit had mogen worden geweigerd (aan Detmers) levert in mijn opinie voldoende bewijs van vooringenomenheid door gewekte verwachtingen en gesteld vertrouwen, totdat de "smoking gun" wordt gevonden. Het ware het beste dat de gemeente of nu uiteindelijk toegeeft dat de theorie inderdaad op waarheid berust, of definitief dan eindelijk het bewijs levert van het tegendeel, om een einde te maken aan de toch wel heel plausibele speculaties. Door de slechte, zeg maar geheel ontbrekende dossiervorming en archivering, is een omkering van de bewijslast in dezen, mijns inziens alleszins redelijk, De gemeente is nu aan zet, ze heeft te veel toevalligheden te verklaren.   NOOT:  Dit rapport wordt u niet geheel belangeloos maar wel gratis ter beschikking gesteld door de opdrachtgever. Wel wordt een ieder die meent dat hij of zij, iets of iemand onjuist of onheus is weergegeven of in het algemeen de feiten geweld zijn aangedaan dringend verzocht dat te melden. Als er geen publieke reacties komen dienaangaande, alhoewel dit document toch ruim verspreid zal worden, zal dit subiet door de samensteller worden uitgelegd als instemming met de feiten en conclusies. Citeertitel van dit rapport is: Rapport Menger.   11 *Aanbevelingen, bijlagen en verwijzingen  
 Het zou gezien de ernst van de thans uit publicaties bekende feiten en de verbanden die daardoor duidelijk worden, verstandig zijn om een nader onderzoek –vanzelfsprekend onafhankelijk en diepgaand- te doen in de dossiers (of wat daarvan over is) en door getuigenverhoor (klokkenluider) naar het patroon dat zich nu aftekent m.b.t. de gronddeals Buls, Wilting en Kuilder.


Uit eigen onderzoek is me inmiddels gebleken, dat er van binnen het apparaat (Drijfholt?) een dusdanige regie wordt bedreven, dat informatie over de “temperatuur” van de grond rond Emmen wordt verschaft aan mensen die niet de bekende toevallige grondspeculanten, maar familie, vrienden of zakenrelaties van het college zijn, en er bij gelegenheid hun voordeel mee hebben gedaan, ten koste van de gemeentekas.


Als dit onderzoek tot dezelfde conclusie komt als ik: er is regie vanuit een centraal punt naar buiten (bevoordeelden en hun adviseures) en naar binnen (het college, andere afdelingen en de raad), dan dient subiet een vervolgonderzoek te worden ingesteld naar de verbanden tussen deze gronddeals en de hier besproken procedures en de daaruit sprekende selectieve bevoordeling en tegenwerking!

 Let op: ik heb mijn conclusies voor mijzelf al getrokken op basis van feiten en getuigenverklaringen die ik zelf verzamelde, het gaat me er om dat de zelfreinigende werking van een apparaat als de gemeente Emmen zijn werk moet doen.
In tijden als deze kan een burgemeester laten zien wat hij waard is, kortom, bedekt hij alles met de mantel der liefde of laat hij een zuivering plaatshebben, onderzoekt hij echt en communiceert hij daarover met de burgers.

 In het ergste geval doet hij niets en laat hij het slechte nieuws dat ons door de pers gedoseerd wordt opgediend zijn verwoestende werk doen en graaft hij daarmee ook zijn eigen graf. 
Bij dit rapport hoort een bijlage met besluiten en uitspraken die onderwerp waren van dit onderzoek en die bij respectievelijk de gemeente Emmen, de rechtbank te Assen, het gerechtshof Leeuwarden en de Raad van State te Den Haag via de unieke nummers kunnen worden nagevraagd.

 Het rapport Koeman is bij de gemeente afdeling informatie verkrijgbaar en de beantwoording van raadsvragen van de Socialistische Partij in principe ook en eventueel ook nog bij de plaatselijke Socialistische Partij. Overigens zijn nog steeds niet alle vragen die door die partij gesteld zijn door het college beantwoord. Voor de opmerkzame lezer, die een duidelijk onderdeel conclusies mist, dat is correct, dat hoofdstuk ontbreekt, de conclusies zijn in de gehele tekst verwerkt, in de hoop dat daardoor het integraal lezen van het rapport wordt bevorderd.Om de leesbaarheid voor iedereen verder te bevorderen is bewust ook niet naar welke compleetheid dan ook gestreefd. 
Op de onvermijdelijke vraag van de Socialistische Partij, "wat gaat dit de burger allemaal kosten?", kan ik u dan ook geen direct antwoord geven. Ik verwijs u naar  wethouder Hoogland-Foppen, die al maanden aan het rekenen is, maar het antwoord schuldig blijft.


Neemt u intussen maar van mij aan dat elke door het bestuur verloren rechtszaak en ieder vooringenomen fout besluit een onrechtmatige overheidsdaad oplevert en dus aansprakelijkheid voor de schade, terwijl het apparaat er ook voor niets tijd en energie en dus belastinggeld in heeft gestoken.

 Daarbij is ook nog wel van gewicht of de onrechtmatigheid tegen beter weten in door verkeerde uitleg van de wet is tot stand gekomen en of het bestuursorgaan was gewaarschuwd  en heeft getracht de fouten te voorkomen of te verhelpen. Deze mede de aansprakelijkheid bepalende factoren werken niet gunstig uit voor de burgers van Emmen, dus burger tel uit uw winst! Wellicht kan door persoonlijke aansprakelijkstelling de pijn wat verdeeld worden. Hierna volgt eerst nog een lijst van twijfelachtige gemeentelijke besluiten die niet lang stand hielden, en die ook verre van volledig is, compleet zijn is in dit geval onbegonnen werk, helaas zal daarvoor in Emmen bijna een dagelijkse aanvulling nodig zijn, daarna volgt een lijst met rechtszaken, ook nog  niet compleet.

Met dank voor de hulp en steun van diverse Emmenaren.